|

| |
Wat is estate
planning?
'Estate' is het Engelse woord voor nalatenschap. Estate planning is een uit de Verenigde
Staten overgewaaid begrip dat wordt gebruikt voor de advisering die zich richt op de
juridische en fiscale begeleiding van de overgang en instandhouding van
(familie)vermogens.
Estate planning heeft tot doel een opgebouwd vermogen fiscaal zo voordelig mogelijk over
te dragen aan erfgenamen. De (al maar stijgende) beurskoersen, de ontwikkelingen op de
woningmarkt en het gunstige economische klimaat hebben een behoorlijke uitwerking gehad op
de omvang van de Nederlandse familievermogens.
De druk van het successierecht die rust op de overgang van het te vererven vermogen is dan
ook behoorlijk opgelopen.
Estate planning is een onderdeel van 'financial planning'. Financial of financiële
planning heeft meer te maken met vermogensbeheer, uw pensioenregeling en de op lange
termijn gewenste bestedingsruimte.
Het totaal van de belastingdruk van de inkomstenbelasting speelt daarbij een belangrijke
rol.
Bij estate planning gaat het vooral om maatregelen die u kunt treffen om de toekomstige
nalatenschap zo klein mogelijk te maken en daarmee het totaal verschuldigde successierecht
te beperken.
Daar komt aardig wat bij kijken. Bij uw planning heeft u te maken met schenken, het
erfrecht, het huwelijksvermogensrecht en het fiscaal recht. Het gaat dan om vragen als:
- Moet u uw huwelijksvoorwaarden wijzigen of niet?
- Welk soort testament moet u kiezen, een ouderlijke boedelverdeling, een vruchtgebruik of
beide?
- Kunt u het beste tijdens leven uw vermogen overdragen?
Van groot belang is dat de te treffen regelingen goed op elkaar aansluiten.
De sociale aspecten
van estate planning
De (kandidaat-)notaris zal in zijn advies aan u benadrukken dat besparing van
successierechten niet het enige aspect is waarmee bij estate planning rekening moet worden
gehouden. Niet alles mag worden opgeofferd aan belastingbesparing.
Om tot een zo verantwoord mogelijke keuze te komen is het noodzakelijk een duidelijke
afweging tussen de voor- en nadelen van overheveling van vermogen te maken. Beslissingen
die nu worden genomen zullen waarschijnlijk pas na jaren gevolgen hebben. In de tussentijd
kan er veel veranderen.
Een nadeel van vermogensoverheveling bij leven is dat er in veel gevallen direct belasting
moet worden betaald. Bij estate planning heeft u te maken met schenkingsrecht en
successierecht.
Het heffen van schenkingsrecht vindt plaats als u reeds tijdens leven vermogen overdraagt.
Successierecht wordt geheven bij de vererving van de nalatenschap. De tarieven voor het
schenkingsrecht en successierecht zijn gelijk (de vrijstellingen verschillen). Zo bezien
is het schenkingsrecht dus eigenlijk een voorschot op het door uw erfgenamen verschuldigde
successierecht dat u bij leven voor hen voldoet.
Betaling van schenkingsrecht kan daarom als een liquiditeitsnadeel worden gezien.
U kent waarschijnlijk het gezegde 'Eens gegeven blijft gegeven'; schenkingen zijn in
beginsel onherroepelijk en kunnen achteraf niet meer ongedaan worden gemaakt.
En verliest u na vermogensoverheveling niet uw financiële onafhankelijkheid ten opzichte
van uw kinderen?
Het is dan ook belangrijk dat u met de (kandidaat-)notaris de vraag beantwoordt hoe u de
zeggenschap over uw vermogen behoudt. Uitgangspunt bij het treffen van regelingen voor het
geval van overlijden is meestal dat de langstlevende echtgenoot (of partner) verzorgd
achterblijft. De langstlevende moet kunnen voortleven op de wijze zoals hij dat tijdens
het leven van de andere partner met hem gewend is geweest.
Top
Inleiding
Het belangrijkste argument vóór vermogensoverdracht tijdens uw leven is dat een
aanzienlijke besparing van successierecht kan worden bereikt, doordat de overgehevelde
vermogensbestanddelen geen onderdeel meer uitmaken van het te vererven vermogen.
Schenkingen moet u niet zo maar doen. Het is aan te raden hiervoor een schenkingsprogramma
op te stellen. U zou voor een bepaalde periode kunnen kiezen, bijvoorbeeld van 5 jaar of
10 jaar, om gespreid in deze periode schenkingen te doen. Een ander voordeel van het doen
van schenkingen is dat de groei van het vermogen niet meer met successierecht wordt
getroffen en belastingvrij bij de kinderen komt. Soms kan ook inkomstenbelasting worden
bespaard.
Voorbeeld
Een vader met één kind bezit een vermogen van €
300.000,-. Vader is al op leeftijd en wil gedurende een periode van 3 jaar,
elk jaar aan zijn kind een bedrag van €
50.000,- schenken.
In dit voorbeeld (en ook in andere op deze site opgenomen voorbeelden) verwaarlozen we het
rendement dat vader van zijn vermogen maakt en nemen we aan dat de jaarlijks te heffen
schenkingsrechten gelijk blijven. De tarieven zijn van 2002.
Uitwerking
Over € 50.000,- is het kind €
3.320,- schenkingsrecht verschuldigd.
Na drie jaar is dat opgelopen tot totaal €
9.960,- (a).
Zou vader zonder geschonken te hebben zijn overleden dan betaalt het kind successierecht
over € 300.000,- en dat bedraagt €
46.004,- (b).
Na de gedane schenkingen bedraagt de nalatenschap €
150.000,-, waarover successierecht is verschuldigd €
17.901,- (c).
Totaal is aan belasting verschuldigd: (a) €
9.960,- schenkingsrecht + (c) € 17.901,- successierecht =
€ 27.861,- (e).
Zonder de schenkingen zou het kind € 46.004,- (b) successierecht verschuldigd zijn geweest.
Het voordeel bedraagt:
(b) € 46.004,- minus (e) €
27.861,- = € 18.143,-.
Toelichting
De successiewet kent een dubbele progressie. Het te betalen schenkings- of successierecht
hangt af van de graad van verwantschap tussen schenker/erflater en begiftigde/erfgenaam of
legataris. Hoe verder de (bloed) verwantschap, des te hoger de belasting. De te betalen
belasting hangt ook af van de hoogte van de verkrijging. Hoe meer men ontvangt, hoe hoger
het tarief. De tarieven die in schijven zijn ingedeeld zijn dus mede afhankelijk van de
omvang van de schenking en lopen op van 5% tot 27% (tarief toepasselijk voor kinderen).
Door het doen van laag of lager ingeschaalde schenkingen wordt een progressievoordeel
behaald. Hoe meer u namelijk erft, des te meer successierecht aan 'de top' wordt betaald.
Als gevolg van de schenkingen wordt de 'top' afgeroomd en een progressievoordeel bereikt. |
Schenkingen
Een schenking is een overeenkomst waarbij de schenker zich verbindt aan de begiftigde een
vermogensbestanddeel af te staan zonder tegenprestatie en met de bedoeling de begiftigde
te bevoordelen.
Een schenking kan geschieden in geld of andere goederen: onroerend goed, effecten
(beursaandelen, obligaties, aandelen in groeifondsen of beleggingsinstellingen)
aanmerkelijkbelangaandelen, maar ook kunst en antiek. Ook kwijtschelding op een vordering,
bijvoorbeeld wegens uitgeleend geld aan uw kind, is een schenking. Bij de keuze welke
vermogensbestanddelen over te dragen spelen persoonlijke overwegingen een rol, maar ook
fiscale: de grootste belastingbesparing treedt op bij schenking van vermogensbestanddelen,
waarvan mag worden verwacht dat deze sterk in waarde zullen stijgen. Verder behoeft niet
alleen schenkingsrecht van belang te zijn, maar kunnen andere belastingen een rol spelen
zoals overdrachtsbelasting bij overdracht van onroerend goed, en inkomstenbelasting.
Voor een schenking is in beginsel een notariële akte
nodig. Ontbreekt een dergelijke akte dan is de schenking niet tot stand gekomen. In het
nieuwe schenkingsrecht, dat op 1 januari 2003 zal worden ingevoerd samen met het nieuwe
erfrecht, verandert een en ander.Alleen schenkingen van roerende zaken, geldsommen of ter beurze genoteerde
effecten of andere participaties vereisen geen akte en kunnen zoals dat heet van hand tot
hand geschieden. Geld kan overhandigd worden of door overschrijving op een bankrekening
van de begiftigde worden gestort. Dit geldt ook voor effecten die bij een bank zijn
gedeponeerd.
Deze kunt u giraal naar uw kinderen overschrijven.
Samenvattend:
- een notariële akte is nodig als u bijvoorbeeld onroerende zaken schenkt of aandelen in
uw BV.
- voor het schenken van geld of effecten is geen notariële akte nodig.
Om de schenking te bewijzen is het
aan te bevelen de schenking schriftelijk vast te leggen (in een notariële of onderhandse
akte).
Bijvoorbeeld is ten opzichte van de fiscus van belang op welke datum de schenking is
gedaan in verband met de 180 dagen termijn, die hierna aan de orde komt. Het kan ook zijn
dat u op de schenking bepaalde bedingen van toepassing wilt laten zijn. Hierna wordt
ingegaan op de uitsluitingsclausule die aan een schenking verbonden kan worden. Gaat uw
kind scheiden dan zal een advocaat van de 'ex' schoonzoon of schoondochter een bewijs
vragen dat een dergelijke clausule is gemaakt.
Voor de fiscus is de zogenaamde
'180-dagen regeling' van belang.
Deze regeling kent de successiewet om te voorkomen dat men in het zicht van overlijden nog
een voordeeltje wil behalen door een deel van het vermogen te schenken in plaats van te
laten vererven.
De regeling houdt in dat schenkingen die binnen een periode van 180 dagen vóór het
overlijden van de schenker zijn gedaan alsnog bij zijn nalatenschap worden opgeteld.
Hiervan is uitgezonderd een schenking ten bedrage van de eenmalig verhoogde vrijstelling
die u aan kinderen tussen hun 18e en 35e verjaardag kunt doen.
Het eventueel betaalde
schenkingsrecht kan wel met het dan te betalen successierecht worden verrekend maar het
behaalde tariefsvoordeel is verloren.
Bij het doen van een schenking doet u er verstandig aan met uw (kandidaat-)notaris te
overleggen welke bepalingen eventueel aan de schenking kunnen worden verbonden en zonodig
schriftelijk kunnen worden vastgelegd.
Gedacht kan worden aan de volgende bepalingen:
- de uitsluitingsclausule;
- de vrijstelling van inbreng van schenkingen;
- het bewind. |
Top
Schenkingsclausules
De
uitsluitingsclausule
Veel ouders gunnen hun kinderen graag een voordeel, maar willen niet dat vervolgens na een
echtscheiding de ex-echtgenoten van hun kinderen recht hebben op de helft van de
schenking.
Dit gebeurt als uw kind in algehele gemeenschap van goederen was gehuwd. Bij de schenking
kan worden bepaald dat het geschonkene en de opbrengsten daarvan niet zullen vallen in een
(huwelijks)gemeenschap waarin uw kind is gehuwd of ooit gehuwd zal zijn. Een en ander
geldt ook voor het geval uw kind als partner is geregistreerd.
Wat, als u geld overhandigt of overmaakt dan wel effecten overschrijft? Juist, dan moet
worden bewezen dat de schenking 'onder uitsluiting' is gedaan en dan is het goed dat de
schenking en de uitsluitingsclausule schriftelijk zijn vastgelegd. Het is verstandig de
notaris dit te laten regelen opdat het stuk bewaard blijft. Als u nu op het idee komt om
de in het verleden gedane
schenkingen alsnog op deze wijze vast te leggen met uitsluitingsclausule heeft dat geen
zin. De clausule moet volgens de wet 'bij (het doen van) de gift' worden bedongen. Aan het
slot van dit onderdeel van de site komt de uitsluitingsclausule nog een keer aan de orde,
maar dan in verband met het successierecht.
De vrijstelling van
inbreng
Bij de vererving van vermogen van ouders naar kinderen stelt de wet de gelijkheid van
kinderen voorop. Als ouders tijdens leven het ene kind boven het andere kind hebben
bevoordeeld dan moet deze ongelijkheid in de ogen van de wetgever worden rechtgetrokken.
De schenking aan het kind is dan een voorschot op het erfdeel. Het kan zijn dat u helemaal
niet wilt dat de schenking bij uw overlijden wordt verrekend. U kunt uw kind dan
vrijstellen van de verplichting tot verrekening, in juridische taal: 'inbreng'. De
vrijstelling moet onderdeel uitmaken van de schenkingsovereenkomst.
Ook hier is het verstandig dit schriftelijk vast te leggen. Is deze vrijstelling niet bij
het doen van de schenking vastgelegd, dan kunt u dit alsnog bij testament regelen.
Overigens verandert deze regel in het nieuwe erfrecht, dat op 1 januari 2003 wordt
ingevoerd. Een schenking is dan vrij van inbreng, tenzij de schenker anders heeft bepaald.
De vrijstelling van inbreng mag niet worden verward met het recht van uw kind op de
legitieme portie. (De legitieme portie is een door de wet aan uw (klein)kind gegarandeerd
erfdeel dat u hem of haar niet kunt ontnemen). Schenkingen leiden er niet toe dat de
legitieme portie van een (ander) kind wordt verkleind.
Rekening houdend met in het verleden gedane schenkingen zal altijd moeten worden getoetst
of het niet bevoordeelde kind tekort komt na de berekening van zijn legitieme deel in de
nalatenschap.
Het bewind
Het kan voorkomen dat u van mening bent dat de begiftigde nog niet de volledige
verantwoordelijkheid kan dragen voor de geschonken goederen. Dit kan te maken hebben met
de leeftijd, of het uitgavenpatroon van de begiftigde. Houdt u er rekening mee dat
jongeren op 18-jarige leeftijd zelfstandig bevoegd zijn over hun geld te beschikken. In
zulke gevallen kan de schenker de geschonken goederen geheel of gedeeltelijk onder bewind
stellen. Er is dan een bewindvoerder, bijvoorbeeld de schenker zelf, die nog gedurende een
bepaalde periode de lakens uitdeelt.
Schenkingsrecht
Schenkingsrecht is de belasting die wordt geheven over
de waarde van de geschonken goederen of van de bevoordeling die de begiftigde geniet. De
schenker moet in Nederland wonen wil de Nederlandse fiscus kunnen heffen.
De woonplaats van de begiftigde is niet van belang. De arm van de fiscus is echter lang.
Als een Nederlander emigreert, bijvoorbeeld naar België, dan blijft gedurende 10 jaar na
zijn vertrek de Nederlandse fiscus over de schenkingen heffen. Neemt de emigrant die de
schenking heeft gedaan een andere nationaliteit aan, dan wordt de termijn tot één jaar
teruggebracht. Voor schenkingen van ouders aan kinderen gelden vrijstellingen.
Zo kennen we een jaarlijkse vrijstelling van €
3.999,- (vrijstelling 2002) per kind.
Ouders kunnen eenmalig aan hun kinderen tussen hun 18e en 35e verjaardag (de vrijstelling
vervalt dus om 24.00 uur op de dag dat het kind de leeftijd van 35 jaar bereikt)
belastingvrij een hoger bedrag schenken.
Deze vrijstelling kan ook met succes benut worden als het kind waaraan wordt geschonken
weliswaar ouder is dan 35 jaar, maar zijn echtgenoot nog niet.
In 2002 mag deze schenking per kind niet meer dan €
19.991,- bedragen.
(Vraag uw (kandidaat-)notaris om de actuele bedragen.)
Schenkingen door of aan twee
personen die met elkaar gehuwd zijn, worden bij elkaar geteld. Het heeft dus geen zin een
schenking te splitsen in een bedrag aan de zoon en een aan de schoondochter.
Schenkingen die in de loop van één kalenderjaar zijn gedaan worden eveneens bij elkaar
geteld als ware het één schenking. Als het al wat oudere schenkers betreft kan het
zinvol zijn in december een schenking te doen en in januari daarna. Binnen korte tijd kan
dan een aanmerkelijk bedrag worden geschonken en kan twee maal van de tarieven en
vrijstellingen gebruik worden gemaakt.
Niet alleen schenkingen aan
kinderen, maar ook aan kleinkinderen kunnen interessant zijn met name als de kinderen het
vermogen zelf niet nodig hebben. Het vermogen kan dan een generatie overslaan en wordt bij
overlijden van de kinderen niet belast met successierecht. Wel dient u op het volgende
bedacht te zijn:
Schenkingen tussen ouders en kinderen worden zoals gezegd bij elkaar geteld als zij
gedurende de loop van één jaar zijn gedaan. Voor schenkingen aan kleinkinderen wordt
deze periode verlengd tot twee jaren.
Het belastingtarief dat geldt voor kleinkinderen is het percentage dat voor kinderen geldt
vermeerderd met 60%. Voor schenkingen aan kleinkinderen geldt (slechts) een vrijstelling
per kleinkind van € 2.399,- (vrijstelling 2002) per twee jaar.
De vrijstelling voor het successierecht is veel hoger, deze bedraagt €
7.996,- (vrijstelling 2002). Het kan interessant zijn (als de kinderen
daartegen geen bezwaar hebben) om bij testament aan de kleinkinderen te schenken, dat heet
dan 'legateren'. Legaten gelden als aftrekpost in de nalatenschap zodat de kinderen
daarover geen successierecht verschuldigd zijn. De kleinkinderen ontvangen het legaat,
voor zover gelijk aan de vrijstelling, belastingvrij.
Wie betaalt het
schenkingsrecht?
Hoofdregel is dat de begiftigden, bijvoorbeeld uw (klein)kinderen het schenkingrecht
verschuldigd zijn. Het is ook mogelijk dat de schenker het schenkingsrecht voor zijn
rekening neemt. Men noemt dit: 'de schenking geschiedt vrij van recht'. In feite gebeurt
het volgende: u geeft een bedrag aan uw kind, waarover hij schenkingsrecht moet betalen.
Doordat u ook dit recht betaalt schenkt u dit dus eigenlijk ook. Over deze extra
'schenking' moet uw kind opnieuw schenkingsrecht betalen, dat u weer voor uw rekening
neemt. Wie hierover nadenkt komt vrij snel tot de conclusie dat er een oneindige reeks van
steeds kleinere schenkingen ontstaat. De wetgever heeft hiervoor een oplossing bedacht. U
schenkt het bedrag èn het schenkingsrecht,dit heet het primaire recht. Over het
geschonken bedrag en het (eenmalig te heffen) primaire recht wordt dan het uiteindelijke
verschuldigde recht berekend.
Bij grotere schenkingen (en dus bij een hogere progressie) kan een schenking vrij van
recht een fiscaal voordeel opleveren.
Voorbeeld
Opa schenkt aan een kleinkind € 75.000,- (a) vrij van recht, dat wil dus zeggen dat opa zelf het
schenkingsrecht betaalt. Het schenkingsrecht bedraagt €
10.880,-. De belaste verkrijging bedraagt nu €
75.000,- + € 10.880,- = €
85.880,-. Het daarover verschuldigde - ten laste van de schenker komende -
recht bedraagt € 13.252,-(b). Het kleinkind verkrijgt dan netto
€ 75.000,-.
Had opa een bruto schenking gedaan van € 88.252,- (€ 75.000,-(a) plus het schenkingsrecht van
€ 13.252,- (b)), onder de voorwaarde dat het kleinkind zelf het schenkingsrecht
betaalt, dan zou het kleinkind daarover € 13.822,- verschuldigd zijn en slechts
€ 74.430,- (c) overhouden. Het voordeel bedraagt
€570,- (€ 75.000,- (a) minus
€ 74.430,- (c)).
Top
Geld schenken op papier
Het is mogelijk om te schenken zonder dat er contant geld aan te pas komt. Dit kan
zijn als ouders geen contanten hebben (het vermogen zit bijvoorbeeld in het huis of in het
bedrijf) of wanneer zij graag nog de beschikking willen houden over hun vermogen omdat zij
hun oudedagsvoorziening in eigen beheer willen houden. Zo'n schenking op papier gaat in de
vorm van schuldigerkenning uit vrijgevigheid door de ouder(s) van een geldsom aan hun
kind(eren) die eerst opeisbaar is bij overlijden van de schenker(s). Omgekeerd verkrijgen
de kinderen een niet opeisbare vordering op hun ouders.
Bij overlijden van een van de ouders of bij overlijden van de laatste kan de 'schuld op
papier' in mindering komen op het saldo van de nalatenschap. Door de schuldigerkenning
over een reeks van jaren te spreiden (zie het hiervoor opgemerkte over het maken van een
schenkingsprogramma) kunnen besparingen van te heffen successierechten worden
gerealiseerd.
De fiscus beschouwt de schenking als
reëel maar er is een aantal spelregels waaraan u zich moet houden.
Regels die de fiscus stelt:
a. de schuldigerkenning moet vast liggen in een notariële akte. Schuldigerkenningen bij
onderhandse akte zijn niet rechtsgeldig en kunnen daardoor niet in mindering worden
gebracht op de nalatenschap;
b. er zal door de ouders over de schuld aan hun kinderen daadwerkelijk jaarlijks een
zakelijke rente moeten worden vergoed. Over het feit welke rente zakelijk is, lopen de
meningen uiteen.
Gevolgen van de
schuldigerkenning voor de inkomstenbelasting
Over de rente is door de
kinderen geen inkomstenbelasting verschuldigd. Evenmin is deze bij de ouders aftrekbaar.
Wel wordt bij de kinderen inkomstenbelasting geheven over het zogenaamde "fictief
rendement" van hun vermogen. Het vermogen bestaat uit bezittingen, verminderd met de
schulden. De vordering van de kinderen op hun ouders wordt bij de bezittingen meegeteld,
evenals de ontvangen rente. Het vermogen wordt vervolgens -fiscaal- geacht 4% rendement op
te leveren. Over deze 4% wordt in 30% inkomstenbelasting geheven, de zogenaamde
"vermogensrendementsheffing"(box 3). Totaal bezien betekent dit dat 1,2% van de
waarde van het vermogen aan de fiscus dient te worden afgedragen. Wel is er een
vrijstelling. Deze bedraagt voor 2002 18.146,-.
Bij de ouders komt de schuld aan de kinderen in mindering op hun vermogen, zodat zij
doorgaans minder inkomstenbelasting zullen betalen.
Overdracht
van de ouderlijke woning
De overdracht van de eigen woning is een veel besproken onderwerp op het notariskantoor.
Met name gaat het dan om de vraag of het verstandig is het woonhuis reeds bij leven aan de
kinderen over te dragen.
Tot enkele jaren geleden was de belangrijkste reden hiervoor te voorkomen dat het huis
'opgegeten' moest worden voor het geval men in een bejaardenhuis zou worden opgenomen.
Sinds 1 januari 1997 is de vermogenstoets bij een intrek in een bejaardenhuis afgeschaft.
Dit argument voor overdracht van het eigen huis is daarom vervallen.
Er kunnen andere redenen zijn om het eigen huis bij leven over te dragen aan de kinderen.
Door de overdracht kan de waardestijging van het eigen huis als het ware aan de kinderen
worden overgeheveld. Het huis behoort dan niet meer tot de nalatenschap(pen) van de
ouder(s) en heffing van successierecht blijft achterwege.
Ook hier geldt dat diverse fiscale aspecten mee in beschouwing moeten worden genomen.
Inkomstenbelasting en overdrachtsbelasting spelen bijvoorbeeld een rol. Ook is er een
aantal onzekerheden. Hoe ontwikkelt zich de waarde van de woning of de flatwoning? Wat
gebeurt er als de ouder(s) kleiner willen gaan wonen? Hebben zij dan nog de beschikking
over de verkoopopbrengst? Wat zijn de gevolgen als een kind vóór de ouder overlijdt of
gaat scheiden? Deze vragen moeten worden gesteld. De notaris zal u bij de beantwoording
daarvan behulpzaam zijn. Het voert te ver om in dit verband op deze vragen in te gaan.
Ruwweg zijn er drie varianten denkbaar om het woonhuis aan de kinderen over te dragen:
Overdracht onder het voorbehoud van een gratis woonrecht in de vorm van vruchtgebruik of
recht van bewoning;Overdracht van het huis in volle eigendom waarna de ouders een
huurrecht bedingen en schenking van het huis al dan niet onder voorbehoud van een
woonrecht of huurrecht.
De
vruchtgebruikvariant
In deze variant wordt slechts de 'blote eigendom' van de woning overgedragen,
terwijl de ouder(s) zich het levenslang recht van bewoning ofwel vruchtgebruik
voorbehouden. Het verschil tussen het recht van bewoning en het vruchtgebruik is hierin
gelegen, dat het bewoningsrecht niet kan worden vervreemd of bezwaard.
Het vruchtgebruik is een min of meer 'exploitabel' recht. De vruchtgebruiker hoeft er niet
persé te wonen. Deze kan het huis ook verhuren en de huuropbrengst ontvangen. Als de
vruchtgebruiker het huis verlaat en dit vervolgens wordt verkocht heeft deze het
vruchtgebruik van de verkoopopbrengst.De opzet van deze variant is als volgt. De ouders verkopen (of schenken) het
woonhuis aan (bij voorkeur) alle kinderen, waarbij zij zich het woonrecht voorbehouden.
Zonder vergoeding blijven de ouders in het huis wonen. Meestal wordt afgesproken dat alle
kosten van onderhoud, reparatie en belastingen voor rekening van de ouders blijven.
(Hierna wordt nog teruggekomen op de belastingaspecten.) De waarde van het vruchtgebruik,
en daardoor ook de waarde van de blote-eigendom is afhankelijk van de leeftijd van de
(vrucht)gebruiker, de ouder(s). 'Blote'-eigendom is eigendom waaraan uw kind eigenlijk
niets heeft omdat u in het huis woont op grond van het zakelijke recht van vruchtgebruik.
Hoe jonger de vruchtgebruiker is des te lager is de waarde van de blote eigendom. Het
duurt immers nog lange tijd voordat het vruchtgebruik eindigt en de blote eigendom volle
eigendom wordt. Successierechtelijk zit hier een addertje onder het gras.
Met het verstrijken van de jaren neemt niet alleen de waarde van het huis toe maar groeit
zoals gezegd de blote eigendom naar volle eigendom. De waarde aangroei zou onbelast zijn
gebleven. Maar hier heeft de successiewet een stokje voor gestoken.
Als het (vrucht)gebruiksrecht van de ouders eindigt bij hun overlijden of korte tijd
daarvoor (binnen 180 dagen), wordt de waarde van het huis voor de berekening van het
successierecht bij de nalatenschap geteld. Echter niet getreurd, de waarde van de
verkrijging van de woning mag namelijk worden verminderd met de koopsom van de blote
eigendom die destijds is betaald, plus het renteverlies, te stellen op 6% per jaar.
Bovendien mag bij de bijtelling worden uitgegaan van de waarde van het huis op het moment
van de overdracht en dus niet van de waarde bij overlijden van de ouder(s). De
waardevermeerdering van het huis blijft zodoende onbelast.
Voorbeeld
Mevrouw P verkoopt de blote-eigendom van haar woonhuis met een leegwaarde van
€ 250.000,- aan haar enig kind de heer Z, onder voorbehoud van
het levenslang recht van vruchtgebruik. Mevrouw P is 72 jaar en overlijdt acht jaar later.
De waarde van het huis bedraagt dan € 375.000,-. De heer Z blijft aan zijn moeder (zie hierna) de koopsom schuldig.
In gelijke jaarlijkse termijnen scheldt mevrouw P deze koopsom kwijt.
Uitwerking
De koopprijs is in beginsel gelijk aan de waarde van €
250.000,-.
De waarde van het vruchtgebruik bedraagt overeenkomstig de hiervoor geldende
waarderingsregels 42% van € 250.000,-, is gelijk aan
€ 105.000,-.
De koopprijs van de blote-eigendom
bedraagt dan (waarde volle eigendom minus waarde vruchtgebruik) €
145.000,-. Hierover is 6% overdrachtsbelasting verschuldigd, gelijk aan €
8.700,-. Bij het overlijden van P zal Z in principe
successierecht verschuldigd zijn over €
35.400,- (€ 250.000,- minus €
145.000,- minus € 69.600,-, de enkelvoudige rente over acht jaren, dus 8 x
€ 8.700,-.) Het successierecht bedraagt
€ 2.231,- (2002).
Als het woonhuis niet zou zijn
overgedragen, dan behoort het woonhuis nog tot de nalatenschap van mevrouw P. Over dit
woonhuis ter waarde van € 375.000,- zou successierecht verschuldigd zijn geweest, gelijk aan
€ 62.460,-.
Het voorbeeld leert ons dat de
overdracht bij leven in principe voordeliger is. Bij de berekening van het uiteindelijke
voordeel moeten natuurlijk wel de getrooste opofferingen, dat wil zeggen de betaalde
belastingen die bij leven zijn voldaan mee in aanmerking worden genomen.
Het netto voordeel in geval van een overdracht bij leven bedraagt €
51.529,- (Successierecht € 62.460,- minus de overdrachtsbelasting
€ 8.700,-, minus het successierecht €
2.231,- dat verschuldigd zou zijn bij overdracht tijdens leven).
|
Top
Kwijtschelding
De koopsom voor de blote eigendom kan door de kinderen worden betaald, maar deze
kan ook door de kinderen aan de ouders worden schuldig gebleven. De vraag rijst of deze
schuld renteloos kan zijn. Als wel rente wordt vergoed leidt dit tot een
vermogensvermeerdering bij de ouders. Als geen rente wordt vergoed kan sprake zijn van een
bevoordeling waarover schenkingsrecht verschuldigd is. Wilt u dit voorkomen dan moet u de
lening dagelijks en direct opeisbaar maken.
De opeisbaarheid moet reëel zijn, dat wil zeggen dat de kinderen over de nodige
liquiditeiten moeten beschikken om de lening direct te kunnen voldoen. Of een
(hypothecaire) lening kunnen aangaan om de koopsom desgewenst te kunnen aflossen.
Om te bereiken dat het huis uiteindelijk 'met gesloten beurzen' naar de kinderen overgaat
kunnen de ouders overwegen de koopsom in etappes (bijvoorbeeld jaarlijks) kwijt te
schelden. Gebruik kan worden gemaakt van de jaarlijkse vrijstellingen voor
schenkingsrecht.
Is de koopsom in één termijn kwijtgescholden dan kunnen overdrachtsbelasting en
schenkingsrechten met elkaar worden verrekend.
|
De
vruchtgebruikvariant en de inkomstenbelasting
Door de overdracht van het woonhuis aan de kinderen is het huis voor de ouders geen
"eigen woning" meer. Dit betekent dat de eigenwoningregeling (aftrek van de
hypotheekrente in box 1 en toepassing van het eigenwoningforfait) niet meer wordt
toegepast.
De waarde van de hypotheekschuld en van het vruchtgebruik wordt meegeteld bij de bepaling
van het vermogen van de ouders voor de vermogensrendementsheffing van box 3. Voor de
waardebepaling van het vruchtgebruik zijn regels gegeven. Bij de kinderen telt de blote
eigendom eveneens mee in box 3.
De
huurvariant
Waarom een 'huurvariant' als het woonrecht tóch gratis geregeld kan worden?
Meestal willen ouders geen huur betalen aan hun kinderen en liever gratis in 'hun' huis
blijven wonen. In dat geval dragen de ouders in de ogen van de fiscus feitelijk niets
over, want doordat ze de woning gebruiken worden ze er feitelijk niets armer van. Om dit
te voorkomen is er in het successierecht een zogenaamde fictiebepaling ontworpen. Deze
bepaling stelt dat er geen overdracht heeft plaatsgevonden wanneer de erflater en het kind
afspreken dat de erflater een gratis woningrecht krijgt / gratis in de woning kan blijven
wonen.
Er wordt dan door de fiscus geheven alsof het overgedragen vermogensbestanddeel
(bijvoorbeeld bovengenoemd huis) zich nog in het vermogen van de erflater bevindt. Alleen
als de toekomstige erflater bij leven een vergoeding voldoet, bijvoorbeeld het betalen van
huur, gaat de fictiebepaling niet op. Er wordt dus geen successierecht geheven, mits de
ouders een reële huur betalen.
Het woongenot van de ouders is verzekerd omdat zij recht hebben op huurbescherming. Welke
koopsom de kinderen voor de woning betalen hangt af van de waarde in verhuurde staat.
(Sommige belastinginspecties hanteren een waarde die gerelateerd is aan de leeftijd van de
jongste ouder). De waarde in verhuurde staat is uiteraard wel lager dan de leegwaarde.
Over de waarde in verhuurde staat dient bij de overdracht 6% overdrachtsbelasting te
worden betaald. |
De huurvariant
en de inkomstenbelasting
Inkomstenbelasting
De door de ouders te betalen
huur is niet aftrekbaar voor de inkomstenbelasting in box 1. Evenmin is de huur bij de
kinderen belast. Het huurwaardeforfait speelt geen rol meer. Wel moeten de kinderen ook in
deze situatie de waarde van de woning en de betaalde huurtermijnen meetellen voor de
vermogensrendementsheffing.
|
Het huis
schenken
Het voordeel van de schenkingsvorm is dat de schenker aan de schenking een
uitsluitingsclausule kan verbinden. Hij mag bepalen dat de eigendom van het huis alleen
toebehoort aan de eigen kinderen, ook al zijn zij in algehele gemeenschap van goederen
getrouwd.
De 'koude kant' (schoonzoon, schoondochter) heeft ook het nakijken wat de waardestijging
betreft. Wordt een huis verkocht in plaats van geschonken en de koopsom in gedeelten
kwijtgescholden, dan kunnen aan de kwijtscheldingen uitsluitingsclausules worden
verbonden. Het huis en daarmee de te realiseren waardestijgingen behoren dan wel tot de
huwelijksgemeenschap.
De kinderen moeten schenkingsrecht betalen over de waarde van het huis. Heffing van
overdrachtsbelasting blijft achterwege, mits er maar schenkingsrecht wordt betaald dat
tenminste 6% van de waarde bedraagt. Het schenken van het huis en de eerder genoemde
verkoop gevolgd door een eenmalige kwijtschelding van de koopsom moet gebeuren aan àlle
kinderen. Zijn één of meer kinderen er niet bij betrokken, dan kan dat onder het huidige
erfrecht voor problemen zorgen na het overlijden van de schenker. Geschonken vermogen kan
na het overlijden van de schenker als het ware 'teruggehaald' worden als door de schenking
de legitieme portie van (klein)kinderen wordt beknot.Samenvattend
De fiscale, juridische en maatschappelijke aspecten van overdracht van vermogen tijdens uw
leven kunnen in grote lijnen als volgt worden samengevat.
- Het verdient de voorkeur een schenkingsprogramma op te stellen. U kunt beter uw vermogen
in fasen overhevelen. Het schenkings- en successierecht is een progressieve belasting.
Daarom is het voordeliger een paar keer een kleiner bedrag te schenken dan één keer een
groot bedrag.
- Het is zinvol vermogensbestanddelen te schenken waarvan mag worden verwacht dat deze in
waarde zullen stijgen.
- Gezegd is al: 'Eens gegeven, blijft gegeven'. U moet zich realiseren dat schenkingen
onomkeerbaar zijn. Dit brengt ons op een belangrijk aspect; wilt u op een of andere manier
nog de zeggenschap over uw vermogen behouden? De zorg voor tijden dat het u mogelijk
financieel minder goed zal kunnen gaan moet mede in ogenschouw worden genomen.
|
Top
Overdracht van vermogen
via het huwelijksvermogensrecht
Bepalend voor de omvang van de
nalatenschap is de wijze waarop u bent getrouwd: in algehele gemeenschap van goederen of
op huwelijkse voorwaarden. Ieder kind betaalt successierecht over zijn of haar verkrijging
uit uw nalatenschap. De omvang van uw nalatenschap is afhankelijk van het door u gekozen
stelsel van huwelijksvermogensrechten en is van invloed op het te heffen successierecht.
Voorbeeld
gemeenschap van goederen
De heer en mevrouw P zijn in
gemeenschap van goederen getrouwd en hebben vier kinderen. Bij overlijden van de heer P
bedraagt het vermogen € 500.000,-. De nalatenschap van de heer P bedraagt de helft van de gemeenschap:
€ 250.000,-. De andere helft is het deel van
mevrouw P dat niet vererft. Mevrouw P en haar kinderen erven ieder 1/5 deel:
€ 50.000,-.
Voorbeeld huwelijkse
voorwaarden
De heer en mevrouw P zijn buiten
gemeenschap van goederen gehuwd en hebben vier kinderen. De heer P heeft een eigen
vermogen van: € 500.000,-. Mevrouw P bezit niets: haar vermogen bedraagt 0. De nalatenschap
van de heer P bedraagt € 500.000,-. Mevrouw P en haar kinderen erven ieder 1/5 deel:
€ 100.000,-.
Uit de voorbeelden blijkt dat de
kinderen in het geval dat de ouders op huwelijkse voorwaarden zijn gehuwd dubbel zoveel
erven dan in het geval van de huwelijksgemeenschap en daardoor meer successierecht moeten
betalen. Bij estate planning komt het er op aan of het huwelijksvermogensstelsel al of
niet gewijzigd moet worden. |
Gemeenschap
van goederen
Gemeenschap van goederen tussen echtgenoten kan op twee momenten ontstaan. Zowel bij het
aangaan van het huwelijk als tijdens het huwelijk.
Bij het aangaan van het huwelijk ontstaat de huwelijksgemeenschap automatisch. Tijdens het
huwelijk kan de huwelijksgemeenschap ontstaan als de echtgenoten hun huwelijkse
voorwaarden wijzigen. Hiervoor is wel goedkeuring van de rechtbank nodig.Het gevolg van de
huwelijksgemeenschap is, dat in principe de beide vermogens van de echtgenoten
samenvloeien tot een gemeenschappelijk vermogen.
Ook hetgeen in de toekomst wordt verkregen wordt gemeenschappelijk. Dat geldt alleen niet
voor schenkingen of erfenissen (legaten) waarvan de schenker of erflater heeft bepaald dat
deze buiten de huwelijksgemeenschap vallen door middel van de uitsluitingsclausule.
De schuldeisers van beide echtgenoten kunnen zich op de huwelijksgemeenschap verhalen. Bij
echtscheiding wordt het gemeenschappelijk vermogen in principe in tweeën verdeeld.
Voor estate planning is de huwelijksgemeenschap een aantrekkelijk stelsel. Waarom? Slechts
het halve gemeenschapsvermogen vererft. Overlijdt de langst-levende dan kan nog een keer
van tarieven en vrijstellingen gebruik worden gemaakt.
Een huwelijksgemeenschap kan na het overlijden zodanig worden verdeeld, dat de
vermogensbestanddelen waarvan een waardestijging mag worden verwacht aan de kinderen
kunnen worden toebedeeld.
In veel gevallen is dit de ouderlijke woning. Toedeling hiervan aan de kinderen kost geen
overdrachtsbelasting! Wel moet op de gevolgen voor de inkomstenbelasting worden gelet.
Door middel van een testament kan de 'zeggenschap' over de woning worden geregeld.
Bespreek dit met uw (kandidaat-)notaris.
|
Huwelijkse
voorwaarden
Wie huwelijkse voorwaarden wil maken heeft een grote mate van vrijheid om te kiezen welk
stelsel men wil.
In ieder geval wordt bij huwelijkse voorwaarden afgesproken dat men afwijkt van de regels
van de huwelijksgemeenschap.Een
zeer veel voorkomende vorm van huwelijkse voorwaarden is de uitsluiting van elke
gemeenschap met de toevoeging van één of meer verrekenbedingen. Verrekenbedingen kunnen
zowel periodiek als finaal zijn. Onder een periodiek verrekenbeding wordt verstaan de
afspraak tussen echtgenoten tot jaarlijkse verrekening van de gespaarde inkomsten, veelal
uitsluitend de inkomsten uit arbeid. Als de verrekening niet periodiek maar slechts aan
het eind van de rit (echtscheiding en/of overlijden) moet gebeuren, is sprake van een
finaal verrekenbeding. Bij een finaal verrekenbeding worden niet de inkomsten, maar de
vermogens van de echtgenoten verrekend. In geval van overlijden wordt dan meestal
afgerekend alsof een huwelijksgemeenschap had bestaan. Soms worden zowel een periodiek als
een finaal verrekenbeding opgenomen. (Hetgeen hiervoor is gezegd geldt ook voor
partnerschapsvoorwaarden die door geregistreerde partners kunnen worden gemaakt.)
Willen echtgenoten die op huwelijkse
voorwaarden zijn gehuwd vanwege de besparing van successierechten hun stelsel wijzigen,
dan kunnen zij kiezen tussen de huwelijksgemeenschap of het finaal verrekenbeding
waarbij wordt afgerekend alsof een huwelijksgemeenschap had bestaan. De keuze voor het een
of het ander heeft verstrekkende gevolgen. De voor- en nadelen worden hierna naast elkaar
gezet.
Top
Voor- en nadelen van
het ontstaan van een huwelijksgemeenschap door wijziging huwelijkse voorwaarden
| Voordelen |
Nadelen |
| Bij
overlijden ontstaat een onverdeelde (huwelijks)gemeenschap die verdeeld kan worden. De
vermogensbestanddelen met een potentiële waardestijging kunnen aan de kinderen worden
toebedeeld. Bij onroerend goed en/of aanmerkelijk belang aandelen heeft deze toedeling
geen fiscale gevolgen: respectievelijk geen overdrachtsbelasting en geen
25%-inkomsten-belasting ('de doorschuifregeling') |
Bij
echtscheiding moet het gemeenschapsvermogen worden verdeeld |
| |
Schuldeisers
hebben verhaal op het gemeenschapsvermogen. (Dus ook op het oorspronkelijke privévermogen
van een van de echtgenoten dat in de gemeenschap is gevloeid.) |
| |
Een
successierechtelijk risico voor het geval de aanvankelijk minst vermogende echtgenoot als
eerste overlijdt. (Er wordt echter wel altijd een progressie-voordeel behaald). |
| |
Polissen
met overlijdensrisicodekking kunnen niet gesplitst blijven en daardoor is de uitkering
belast. |
Voor- en nadelen van
een finaal verrekenbeding
| Voordelen |
Nadelen |
| Verrekening
bij echtscheiding kan worden uitgesloten |
Er
ontstaat géén onverdeeldheid. Wil men vermogensbestanddelen van de langstlevende aan
kinderen laten toekomen dan moeten deze worden overgedragen, hetgeen tot belastingheffing
leidt. |
| Schuldeisers
blijven alleen verhaal houden op het privé-vermogen van de schuldenaarechtgenoot. Ten
opzichte van schuldeisers blijven echtgenoten buiten gemeenschap van goederen gehuwd. |
Hetzelfde
successierechtelijk risico als bij de huwelijksgemeenschap. Er wordt echter wel altijd een
progressievoordeel behaald. Dit nadeel is contractueel niet uit te sluiten. Zonder fiscaal
nadeel kunt u niet bepalen dat het beding alleen werkt wanneer de meest vermogende
overlijdt. Ook kunt u niet de keuze of er al of niet verrekend wordt overlaten aan de
langstlevende. |
| Polissen
met overlijdensrisicodekking kunnen gesplitst blijven en daardoor is de uitkering
onbelast. |
|
|
Top
Overdracht van vermogen
met behulp van het erfrecht
Besparing van successierecht kan worden
bereikt door het doen van schenkingen en door middel van het huwelijksvermogensrecht.
Naast de huwelijksvorm is het testament een middel om het te heffen successierecht te
beïnvloeden. Niet alles mag ondergeschikt worden gemaakt aan belastingbesparing. Het is
vanzelfsprekend dat ook de langstlevende echtgenoot/partner verzorgd achterblijft en een
levensstandaard kan voortzetten zoals hij of zij dat gewend was.
Zo moet met de (kandidaat-)notaris worden besproken of de langstlevende een redelijk
(pensioen)inkomen heeft voor het geval de echtgenoot die een ouderdomspensioen geniet
mocht overlijden. Het weduwenpensioen is afgeleid van het ouderdomspensioen, maar is
lager.
Verdere vragen zijn: wat zijn de statistisch te behalen leeftijden van de echtgenoten? Wat
zijn de consequenties als een kind in de bijstand zit?
Wat is de waarde van het gemeenschappelijk vermogen en/of de privé-vermogens van de
echtgenoten? Hoe zijn deze vermogens samengesteld en zijn er vermogens-bestanddelen die
naar alle waarschijnlijkheid sterk in waarde zullen toenemen?
Rekening houdend met de antwoorden op deze en vele andere vragen kan worden gekomen tot
een berekening van het voordeligste testament. Het is zaak tijdig maatregelen te treffen.
Door het testament kan worden
voorkomen dat het vermogen onnodig twee keer of vaker vererft en er telkens successierecht
moet worden betaald. Hierna worden van drie testamentvormen de fiscale gevolgen besproken.
Dit zijn de ouderlijke boedelverdeling, het vruchtgebruik en het flexibele testament. Het
flexibele testament is de aanduiding voor een combinatie van verschillende
testamentsvormen. Voor meer civielrechtelijke informatie over de ouderlijke
boedelverdeling en het vruchtgebruik kunt u elders op deze site terecht.
Op 1 januari 2003 wordt de wet
ingevoerd die het erfrecht ingrijpend verandert. Zo zal het vanaf die datum niet meer
mogelijk zijn een ouderlijke boedelverdeling-testament op te maken, terwijl de
bevoegdheden van een executeur-testamentair kunnen worden uitgebreid en stiefkinderen op
gelijke wijze in een nalatenschap kunnen worden betrokken als eigen kinderen. |
De
ouderlijke boedelverdeling
De ouderlijke boedelverdeling (OBV) is de meest voorkomende uiterste wilsbeschikking. Het
kenmerk van de ouderlijke boedelverdeling is dat de langstlevende automatisch de vrije
beschikking heeft over de gehele nalatenschap en de verplichting heeft alle schulden te
voldoen. De langstlevende heeft voorts de verplichting om aan de kinderen ieder hun
erfdeel schuldig te erkennen. De OBV is alleen mogelijk als alle kinderen (of bij
overlijden de kleinkinderen) erbij worden betrokken.
In het testament worden de gevallen opgesomd waarin de kinderen hun vorderingen kunnen
opeisen. In principe zijn de vorderingen niet eerder opeisbaar dan bij overlijden van de
langstlevende. (N.B.: veel voorkomende opeisingsgronden zijn het faillissement van de
langstlevende, zijn of haar onder curatelestelling of hertrouwen.)
Over de vorderingen van de kinderen kan rente worden vergoed. De rente is enkelvoudig, dus
niet rente over rente.
Het opnemen van rente heeft onder meer een fiscale reden. Het successierechtelijk voordeel
van de OBV is erin gelegen dat bij het overlijden van de langstlevende de vorderingen van
de kinderen met de daarover verschuldigde renten op diens nalatenschap in mindering kunnen
worden gebracht.Voorbeeld
De heer en mevrouw P zijn in gemeenschap van goederen gehuwd en hebben twee kinderen. De
huwelijksgemeenschap heeft bij het overlijden van de heer P een saldo (bezittingen minus
de schulden) van € 600.000,-. De helft van dat saldo is de waarde van de nalatenschap van de heer
P, of 300.000,-. De kinderen en mevrouw P. erven ieder 1/3 deel, of €
100.000,-.
De heer en mevrouw P hebben een
testament ouderlijke boedelverdeling gemaakt.
Variant A (de
erfdelen van de kinderen worden door de langstlevende renteloos schuldig gebleven)
De heer P heeft in zijn testament geen rente opgenomen die vergoed moet worden over de
schuldig te blijven erfdelen. Het erfdeel van elk kind bedraagt €
100.000,-. Mevrouw P krijgt alle baten van de huwelijksgemeenschap, deels op
grond van het huwelijksvermogensrecht en deels op grond van het testament, oftewel
€ 600.000,- (a). Stel dat mevrouw P 10 jaar ná de heer P
overlijdt en dat haar vermogen - theoretisch gesproken - gelijk is gebleven. Bij haar
overlijden bedraagt haar nalatenschap €
600.000,- (a) te verminderen met de door haar aan haar beide kinderen schuldig
gebleven erfdelen € 200.000,- (2 x €
100.000,-), blijft netto € 400.000,-. Dit bedrag erven de beide kinderen ieder voor de helft. Het
successierecht bedraagt per kind € 27.004,-, in totaal
€ 54.008,- (b).
Variant B (de
erfdelen van de kinderen worden met rentevergoeding schuldig gebleven)
De heer P heeft in zijn testament een rente opgenomen gelijk aan 6% per jaar die vergoed
moet worden over de schuldig gebleven erfdelen. Ook de rentevergoeding wordt doorgaans aan
de kinderen schuldig gebleven, zònder dat er sprake is van samengestelde rente ('rente
over rente'). Stel dat mevrouw P 10 jaar na de heer P overlijdt en dat haar vermogen
gelijk is gebleven. Haar nalatenschap bedraagt, zie variant A, €
600.000,- (a) te verminderen met de schuldig gebleven erfdelen €
200.000,-. Tevens komt nog de te betalen rente over 10 jaar
in mindering, die gelijk is aan 10 jaar x 6% of 60%. De renteschuld bedraagt 60% van de
totaal nog te betalen erfdelen € 200.000,-, ofwel
€ 120.000,-. De totale aftrekpost bedraagt
€ 320.000,-; de netto nalatenschap bedraagt dan (v 600.000,- minus
€ 320.000,-) of €
280.000,-. Dit bedrag erven de beide kinderen ieder voor de helft. Het totale
successierecht bedraagt € 32.802,- (c). Het voordeel (van rentedragend schuldig blijven van de erfdelen,
variant B, ten opzichte van het renteloos schuldig blijven, variant A), bedraagt (b minus
c) € 54.008,- minus €
32.802,- of € 21.206,-. |
Top
Aanpassing
erfdelen en successierecht
Alle kinderen en de langstlevende echtgenoot moeten bij de OBV worden betrokken. Dit
betekent niet dat alle kinderen en de langstlevende echtgenoot een gelijk erfdeel moeten
krijgen. (De kinderen moeten tenminste hun legitieme portie ontvangen. De legitieme portie
is een door de wet gegarandeerd gedeelte van het normale erfdeel.)
In het testament kan van de wettelijke erfopvolging worden afgeweken, bijvoorbeeld door
aan de langstlevende een kleiner erfdeel toe te kennen. De langstlevende echtgenoot heeft
geen legitieme portie.
Om successierechten te besparen kan men het erfdeel van de langstlevende kleiner of groter
maken.
U zou het erfdeel van de langstlevende kunnen vergroten wanneer te verwachten is dat zijn
of haar vrijstelling voor het recht van successie niet geheel zal worden benut.
(Deze vrijstelling ligt, afhankelijk van de contante waarde van de door de langstlevende
echtgenoot verkregen pensioenrechten tussen €
133.670,- en € 467.848,-, vrijstellingen 2002.
Bij grotere vermogens kunt u het erfdeel van de langstlevende verkleinen opdat over de
totale nalatenschap (van beide ouders) per saldo minder successierecht verschuldigd is.
Door verkleining van het erfdeel van de langstlevende worden de erfdelen van de kinderen
groter. Er ontstaan grotere vorderingen en de langstlevende moet meer rente vergoeden. Er
ontstaan daardoor grotere schulden die in mindering op de nalatenschap van de
langstlevende worden gebracht. Het gevolg is dat dit leidt tot een lagere heffing van
successierecht bij het overlijden van de langstlevende.
Rente en
de ouderlijke boedelverdeling
De kinderen kunnen de schuldig gebleven erfdelen (vorderingen) met renten in het algemeen
pas opeisen als ook de langstlevende is overleden. Daardoor loopt de schuld aan de
kinderen op. Zeker als de weduwe (of weduwnaar) nog jong is. Om de aftrek van de schulden
aan de kinderen zo hoog mogelijk te laten zijn verdient het aanbeveling een hoge rente
vast te stellen.Omdat de
vorderingen van uw kinderen met renten niet eerder opgeëist kunnen worden dan bij
overlijden van de langstlevende, worden deze vorderingen fiscaal afgewaardeerd. Op
wiskundige wijze dient voor het successierecht de contante waarde van deze rentegevende
vordering te worden berekend. De andere kant van de medaille is dat de belastingdienst
ervan uitgaat dat de langstlevende 'fictief vruchtgebruik' geniet van de vorderingen van
de kinderen èn de rente, omdat hij deze tijdens leven niet hoefde te betalen.
Om te beoordelen of een dergelijk vruchtgebruik aanwezig is herleidt de belastingdienst de
in het testament gehanteerde enkelvoudige rente naar een samengestelde.
In het geval de herleide enkelvoudige rente uitkomt op en samengesteld percentage dat
hoger ligt dan 6% (= een rekenrente uit de successiewet), volgt voor de langstlevende
géén bijtelling van het fictieve vruchtgebruik. Deze bijtelling kan bij grote
nalatenschappen een fiscaal ongunstige uitwerking hebben. Uw (kandidaat-)notaris kan één
en ander nader toelichten. Waar het om gaat is dat de nalatenschap van de langstlevende
aanzienlijk kan worden verkleind, als deze maar tijd van leven heeft en de rente op de
vorderingen van de kinderen hoog genoeg is.
Wat de hoogte van de rente betreft
past wel een waarschuwing. Als de weduwe (of weduwnaar) nog betrekkelijk jong is en in het
testament is bepaald dat bij hertrouwen de kinderen hun vordering met rente kunnen opeisen
dan kan de betaling een zwaar gelag zijn.
Voor de inkomstenbelasting is geregeld dat de vorderingen bijna altijd buiten beschouwing
blijven.
Zolang de kinderen feitelijk nog niets gekregen hebben, hoeven zij dan ook geen
inkomstenbelasting te betalen. Wel wordt uiteraard het vermogen waarover de langstlevende
de beschikking heeft, bij deze in de heffing betrokken.
|
Het
vruchtgebruik testament
Er zijn verschillende soorten vruchtgebruik testamenten. Het basistestament is dat de
langstlevende een vruchtgebruik krijgt van (alle) goederen van de nalatenschap. Dit houdt
in dat alle inkomsten uit het vermogen (bijvoorbeeld rente,dividend) aan de langstlevende
toekomen.
De kinderen worden meestal als enige erfgenamen aangewezen, onder de last van het
vruchtgebruik. De kinderen krijgen alle goederen van de nalatenschap onder deze last op
naam. We noemen ze blote-eigenaren.
Het successierechtelijk voordeel van het vruchtgebruik bestaat hierin dat de eventuele
waardegroei van de goederen vanaf het overlijden van de eerststervende aan de kinderen ten
goede komt. Deze waardestijging wordt niet met successierecht belast. Een vruchtgebruik
vervalt automatisch als de langstlevende overlijdt. Dan verkrijgen de kinderen de
volledige eigendom. De OBV heeft tot gevolg dat bij het overlijden van de eerststervende
echtgenoot de langstlevende recht heeft op het gehele vermogen. De waardestijging van het
vermogen komt dan ook aan de langstlevende toe en wordt in de heffing van successierecht
betrokken.
Een bijzondere variant van het vruchtgebruik testament is het 'Ik-vader-testament'. Bij
dit testament krijgen de kinderen en de langstlevende allen een gelijk deel. Vervolgens
vindt een herverdeling plaats zodanig dat de langstlevende en de kinderen allen in
dezelfde tariefschijf voor de belastingheffing vallen. Deze 'verdeling' moet optimaal
zijn. Het deel van de langstlevende dat in dezelfde tariefschijf valt wordt vervolgens
toegerekend aan de kinderen.
Althans voor zover de kinderen daarmee niet in een hoger tarief terechtkomen. Gevolg van
dit alles is dat er per saldo hetzelfde bedrag aan successierecht wordt betaald, maar dat
de kinderen een groter deel van de nalatenschap krijgen. Over dat extra deel behoeven zij
bij overlijden van de langstlevende geen successierecht meer te betalen. De langstlevende
krijgt zijn of haar deel uitgekeerd in de vorm van een vruchtgebruik.
Deze testamentvorm is zuiver fiscaal en beoogt niet de langstlevende te verzorgen.
De vruchtgebruiksituatie is relevant voor de inkomstenbelasting. De kinderen dienen de
waarde van de blote eigendom aan te geven voor de vermogensrendementsheffing. Bij de
langstlevende wordt de waarde van het vruchtgebruik in aanmerking genomen. In
tegenstelling tot een overdracht van de eigen woning aan de kinderen tijdens leven, geldt
bij een vruchtgebruik op de eigen woning krachtens testament wél de eigenwoningregeling
voor de vruchtgebruiker.
Voor vruchtgebruik op aandelen die tot een zogenaamd "aanmerkelijk belang"
behoren geldt overigens een afzonderlijke regeling.
|
Top
Flexibel
testament
Het lijkt erop dat echtgenoten met kinderen die een testament willen maken maar twee
mogelijkheden hebben: òf de ouderlijke boedelverdeling (OBV), òf het vruchtgebruik
testament. Er is ook een combinatie mogelijk. Naast de OBV heeft de langstlevende de
mogelijkheid bepaalde goederen uit de nalatenschap te kiezen (een keuzelegaat) en/of een
vruchtgebruik van de gehele of van een gedeelte van de nalatenschap. De keuze welk van de
beide varianten uitgevoerd zal worden wordt uitgesteld tot na het overlijden van een van
de echtgenoten. De keuze ligt uiteindelijk bij de langstlevende.
Op het moment dat de keuze wordt gemaakt is immers een aantal zaken duidelijk: de
uiteindelijke omvang van het vermogen, de leeftijd van de langstlevende, wellicht een
inschatting hoe lang de langstlevende echtgenoot nog te leven heeft, gelet op diens
gezondheidstoestand. Is de levensverwachting - statistisch gesproken - kort, dan heeft de rentegroei
op de schuldig gebleven erfdelen van de kinderen, die de OBV kenmerkt, nagenoeg geen
fiscaal voordelig resultaat meer. Wellicht is het dan zinvol om met vermogensbestanddelen
te schuiven naar de kinderen, onder voorbehoud van het vruchtgebruik ten behoeve van de
langstlevende. Het juridische probleem ligt echter bij de uitvoering van de keuze: hoe
komt u van de OBV af omdat deze automatisch werkt?Het is zeer waarschijnlijk dat een OBV
voorwaardelijk gemaakt kan worden. Met andere woorden of de erflater de acceptatie van de
boedelverdeling aan de langstlevende al dan niet tezamen met de kinderen kan overlaten.
Aan de OBV kan worden toegevoegd: 'Ik geef aan mijn echtgenote het recht om de gemaakte
verdeling van mijn nalatenschap geheel of gedeeltelijk niet te aanvaarden, mits zij dit
binnen zes maanden na mijn overlijden bij notariële akte te kennen geeft'. Nadat deze
verklaring is afgegeven kan gebruik worden gemaakt van de alternatieve varianten die in
het testament zijn opgenomen. Als de boedelverdeling niet meer bestaat kan er met
vermogensbestanddelen worden 'geschoven'. In het testament kan als alternatief een
keuzelegaat en/of een vruchtgebruiklegaat zijn opgenomen. De langstlevende kiest die
boedelbestanddelen die hij op naam wil hebben krachtens dit keuzelegaat. Voorts kiest de
langstlevende die vermogensbestanddelen die hij onder vruchtgebruik wenst. Afhankelijk van
de verwachtingen omtrent de waardeontwikkeling, worden de goederen 'verdeeld'. Goederen
die de langstlevende verbruikt, bijvoorbeeld saldotegoeden of goederen met een geringe
waarde(stijging) worden door de langstlevende gekozen. Goederen met een verborgen
meerwaarde gaan naar de kinderen eventueel belast met vruchtgebruik ten behoeve van de
langstlevende, wanneer deze het genot van de opbrengst wil behouden (effecten) of van de
zaak zelf (woonhuis).
Duidelijk mag zijn dat waardevolle vermogensbestanddelen slechts eenmaal in de heffing van
het successierecht worden betrokken, namelijk in de nalatenschap van de eerststervende
echtgenoot.
Indien gekozen wordt voor het uitoefenen van het keuzelegaat, kan het zijn dat ook hier
vorderingen van de kinderen ontstaan. Dit is het geval indien bepaald is dat de
langstlevende de waarde van de gekozen vermogensbestanddelen schuldig moet erkennen.
Op het moment van het schrijven van
deze tekst is hiervoor ten aanzien van de inkomstenbelasting geen regeling getroffen. De
vorderingen worden dan ook fiscaal niet genegeerd zoals bij de OBV. De kinderen zullen de
vorderingen moeten aangeven voor de vermogensrendementsheffing. De langstlevende mag
uiteraard rekening houden met de schuld.
|
Top
De
uitsluitingsclausule en successierecht
Hiervoor kwam de uitsluitingsclausule bij de bespreking van schenkingen al ter sprake.
De erflater of schenker heeft de bevoegdheid aan wat van hem wordt verkregen de voorwaarde
te verbinden dat die verkrijging niet in een huwelijksgemeenschap valt. De schenking of
erfenis blijft te allen tijde het privébezit van de ontvanger. De uitsluitingsclausule
kan niet door de kinderen bijvoorbeeld bij het wijzigen van huwelijkse voorwaarden
terzijde worden geschoven.
Bij overlijden van een kind valt de verkregen erfenis of schenking buiten de
huwelijksgemeenschap en vergroot daardoor de nalatenschap.
Dit kan uit successierechtelijk oogpunt welk eens vervelend uitpakken. Om te voorkomen dat
de kinderen worden belemmerd bij hun successieplanning, kan de uitsluitingsclausule
achterwege worden gelaten of worden bepaald dat de gevolgen ongedaan gemaakt worden als
het huwelijk van het kind door overlijden wordt ontbonden.
Tot slot
In dit onderdeel van de site is een aantal hoofdlijnen geschetst op het gebied van estate
planning. Na het lezen ervan zal het u duidelijk zijn geworden, dat het hier geen
eenvoudige materie betreft. De (kandidaat-)notaris is een veelzijdig jurist. Hij is de
deskundige bij uitstek met een voorlichtende taak op breed terrein. Zijn meerwaarde ligt
in het combineren van zowel juridische als fiscale aspecten. U mag van hem verwachten dat
hij u wijst op alle gevolgen van uw opdracht.
Top |