|
Erfgenamen volgens de wet
Nieuw erfrecht
Op 1 januari 2003 is het erfrecht ingrijpend veranderd.
Eén van de belangrijkste wijzigingen is de positie van de langstlevende
echtgenoot. Het nieuwe erfrecht zorgt ervoor dat die financieel beter verzorgd
achterblijft. Ook een onterfde echtgenoot krijgt bepaalde rechten als dat nodig
is voor zijn verzorging.
De rechten van de kinderen worden beperkt, niet alleen als er een langstlevende
echtgenoot is, maar ook als de kinderen onterfd zijn. Verder kan de positie van
de executeur worden versterkt en valt er meer te regelen voor bedrijfsopvolging.
Ook wordt de uitoefening van een aantal rechten gebonden aan tamelijk korte
termijnen.
In deze tekst wordt uitgegaan van het nieuwe erfrecht. Waar nodig vindt een
verwijzing naar het oude erfrecht plaats.
Erven volgens de wet
Het erfrecht geeft regels met betrekking tot het overlijden van een
persoon.
Degene die overlijdt, wordt erflater genoemd.
Het vermogen dat iemand nalaat, bezittingen en misschien ook wel schulden, heet
nalatenschap.
Alle bezittingen en alle schulden gaan over op de erfgenamen.
De wet bepaalt wie de erfgenamen zijn, als de overledene géén testament heeft
gemaakt. Dit heet versterferfrecht.
Met een testament kan men afwijken van de standaardregels. Dat wordt
testamentair erfrecht genoemd.
Erfgenamen volgens de wet
De wet verdeelt de mogelijke erfgenamen (de familieleden)
achtereenvolgens in vier groepen.
Pas als in een groep géén familielid aanwezig is, komen personen uit de
daaropvolgende groep als erfgenaam in aanmerking. In het wettelijk erfrecht
erven alleen de bloedverwanten.
Niet-bloedverwanten, zoals zwagers, schoonzusters, aangetrouwde kinderen of
stiefkinderen kunnen volgens de wet nooit erfgenaam zijn. Echtgenoten zijn, als
niet-bloedverwanten, de uitzondering op deze regel. Een van tafel of bed
gescheiden man of vrouw komt niet meer als erfgenaam in aanmerking.
Geregistreerd partnerschap: sinds 1 januari 1998 kan een hetero- of homoseksueel
paar zich als partners laten registreren bij de ambtenaar van de Burgerlijke
Stand. Voor de vermogensrechtelijke situatie en het erfrecht heeft de
partnerschapsregistratie hetzelfde gevolg als een huwelijk.
Daar waar 'echtgenoot/huwelijksgoederengemeenschap/huwelijkse voorwaarden'
staat, kan dus ook 'geregistreerde partner/goederengemeenschap/partnerschapsvoorwaarden'
gelezen worden.
N.B.: samenwoners die bij de notaris een samenlevingscontract hebben gesloten,
zijn geen geregistreerd partners zoals hiervoor bedoeld.
Groep 1
Groep 1 bestaat uit de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en
de afstammelingen: kinderen of (achter)kleinkinderen. De echtgenoot en de
kinderen erven ieder een even groot gedeelte.
Groep 2
Groep 2 bestaat uit de
ouders en de broers en zusters van de erflater met hun afstammelingen.
Een ouder erft altijd minimaal 1/4 gedeelte.
Groep 3 en 4
Als een erflater geen echtgenoot
en (klein)kinderen heeft (groep 1) en er ook geen ouders en broers en zusters
met afstammelingen zijn (groep 2), komen de grootouders aan de beurt met hun
(klein)kinderen, de ooms, tantes, neefjes en nichtjes (groep 3).
Zijn ook deze allemaal gestorven, dan komen de overgrootouders met hun
afstammelingen aan bod, tot in de zesde graad (groep 4).
Als er helemaal geen bloedverwant in de categorie van overgrootouders blijkt te
zijn, vervalt de hele nalatenschap aan de Staat der Nederlanden.
Voor veel mensen is dit een vervelend idee, maar gelukkig is aan deze vererving
wel iets te doen. Iedereen kan van het versterferfrecht afwijken door een
testament te maken.
Wettelijke
verdeling
Volgens het oude versterferfrecht erfde de
echtgenoot die overbleef (vaak aangeduid als de langstlevende echtgenoot) samen
met de kinderen een kindsdeel.
De kinderen konden vervolgens hun erfdeel opeisen, waardoor de langstlevende
echtgenoot financieel in de problemen kon komen.
Veel echtparen maakten daarom een langstlevende testament, bijvoorbeeld het
ouderlijke boedelverdelingtestament. Het nieuwe versterferfrecht is hierop
gebaseerd.
Vanaf 1 januari 2003 krijgt de echtgenoot die overblijft de hele nalatenschap.
De kinderen krijgen hun erfdeel niet in handen. Hun erfdeel wordt omgerekend in
een geldbedrag. Zij krijgen daarvoor een geldvordering op de langstlevende
echtgenoot.
Op deze manier kan de langstlevende echtgenoot vrij beschikken over het hele
vermogen en ongestoord verder leven. Dit noemt men de wettelijke verdeling.
De kinderen kunnen hun geldvordering pas opeisen bij het overlijden van de
langstlevende echtgenoot of bij diens faillissement/schuldsanering. Over de
vordering wordt een rentepercentage vergoed ter correctie van de inflatie.
Het is belangrijk bij de wettelijke verdeling om de vordering van de kinderen
goed te berekenen en vast te leggen. De notaris kan hierbij behulpzaam zijn.
Een erflater kan in een testament de wettelijke verdeling opzij zetten of
aanpassen. Hij kan bijvoorbeeld het rentepercentage van de vordering verhogen,
de vordering opeisbaar maken bij hertrouwen van de echtgenoot of een kind
onterven.
Vaak bestaat de behoefte als één of beide echtgenoten kinderen uit een eerdere
relatie hebben, alle kinderen hetzelfde te behandelen. De wet biedt die
mogelijkheid. Je kunt in een testament ook je stiefkinderen tot erfgenaam
benoemen en de wettelijke verdeling van toepassing verklaren. Op die manier
worden de stiefkinderen en de eigen kinderen gelijk behandeld.
Als de langstlevende echtgenoot de wettelijke verdeling niet wil, dan kan hij de
verdeling ongedaan maken. Dit moet wel binnen drie maanden na het overlijden
worden vastgelegd in een notariële akte.
Door de wettelijke verdeling komen alle goederen
van de nalatenschap bij de langstlevende echtgenoot terecht. Als deze daarna
hertrouwt, gaan bij zijn overlijden -mogelijk- alle goederen naar de tweede
echtgenoot. Bij diens overlijden erven de kinderen niets.
Hierdoor bestaat het gevaar dat goederen via de stiefouder bij de stieffamilie
terechtkomen. Daarom hebben de kinderen de mogelijkheid hun eigen positie te
versterken.
Zij kunnen een beroep doen op een zogenaamd wilsrecht. Als de kinderen een
wilsrecht inroepen, krijgen zij goederen in eigendom ter waarde van de vordering
die zij hebben op de langstlevende echtgenoot (een ouder of een stiefouder).
Maar: al krijgen de kinderen nu goederen in eigendom, de langstlevende
echtgenoot mag tijdens zijn leven de goederen blijven gebruiken. Dat wordt
vruchtgebruik genoemd.
Ongehuwd samenwonenden
Samenwoners willen vaak dat bij het overlijden van
de één alle goederen naar de ander gaan.
Volgens het versterferfrecht erven zij niet van elkaar. Als zij dat wel willen,
moeten zij een testament maken. Als zij daarnaast ook een notariële
samenlevingsovereenkomst hebben gesloten, kunnen zij de erfrechtelijke positie
van de partner ten opzichte van de kinderen zo regelen dat de partner even goed
is beschermd als de echtgenoot.
Soms zullen samenwoners een verblijvingsbeding voldoende vinden. Dat is een
overeenkomst tussen de twee partners, waarin zij vastleggen dat als de één
overlijdt de ander de gemeenschappelijke goederen krijgt, al dan niet tegen
betaling van de waarde daarvan.
Anders verwoord: als twee partners samen eigenaar zijn van een huis (of van
andere gemeenschappelijke goederen zoals inboedel), kunnen zij via het
verblijvingsbeding bepalen dat bij overlijden van de één de langstlevende
volledig eigenaar van het huis wordt.
Het is aan te raden het verblijvingsbeding notarieel vast te leggen. Gebeurt dat
niet, dan kan het in sommige gevallen achteraf nietig blijken te zijn. Vaak
maakt een verblijvingsbeding onderdeel uit van een samenlevingscontract. Als
één van beiden kinderen heeft, is het verstandig de erfrechtelijke gevolgen
van een verblijvingsbeding met een notaris te bespreken.
Verblijvingsbeding
Top
Afwijken
van de wet
De wet regelt in alle voorkomende gevallen wie de
erfgenamen zijn van de overledene. Iedereen die zestien jaar of ouder is, kan
van de wettelijke regels afwijken door een testament te maken. Vele redenen, ook
fiscale, kunnen hierbij een rol spelen.
Afgezien
van enkele uitzonderingen worden testamenten gemaakt ten overstaan van een
notaris.
De notaris legt de uiterste wil van de erflater vast in een notariële akte: het
testament.
De notaris adviseert de cliënt (de testateur) daarbij over mogelijke bepalingen
in zijn situatie.
Een testament heeft pas rechtskracht als de testateur en de notaris het hebben
ondertekend.
Het wijzigen van een testament is op elk moment mogelijk door het maken van een
nieuw testament.
Elke wijziging of herroeping van een bestaand testament moet ook weer via een
notaris geregeld worden.
Het verscheuren van een afschrift van een bestaand testament heeft geen
rechtskracht; het testament blijft gewoon geldig.
Op 1 januari 2003 is het erfrecht in Nederland ingrijpend veranderd. Dit kan
gevolgen hebben voor een testament van vóór 2003. Raadpleeg daarom de notaris.
Vooral indien kinderen zijn onterfd of in de legitieme zijn gesteld of bij een
executeursbenoeming kan een snelle check problemen bij de afwikkeling voorkomen.
Verder doen zich vaak wijzigingen in de fiscale wetgeving voor. Als uw testament
fiscale doeleinden dient, moet u regelmatig met uw notaris overleggen of uw
testament nog het beoogde doel bereikt.
Onterving
kind: legitieme portie
Kinderen kunnen in een testament worden onterfd. Zij
worden dan geen erfgenaam.
Wel geeft de wet bepaalde versterferfgenamen recht op een geldbedrag. Dit bedrag
noemt men de legitieme portie. Degenen die op zo'n bedrag recht hebben, zijn de
(klein)kinderen. Zij worden ook wel legitimarissen genoemd. Een kind dat door
een ouder bij testament is onterfd, is dus geen erfgenaam en hoeft niet op de
hoogte gesteld te worden van het overlijden.
Als een legitimaris berust in een onterving, ontvangt hij
niets uit de nalatenschap.
Berust hij niet, dan moet hij binnen 5 jaar zijn legitieme portie opeisen.
Hiervoor hoeft de rechter niet te worden ingeschakeld. Een enkele duidelijke,
liefst schriftelijke verklaring is voldoende.
De legitieme portie bedraagt de helft van wat het kind zou hebben gekregen als
er geen testament was, dus de helft van het versterferfdeel. De omvang van de
legitieme portie wordt berekend in de waarde van de nalatenschap, vermeerderd of
verminderd met bepaalde door de erflater gedane giften (schenkingen).
Zoals gezegd: als een kind een beroep doet op zijn legitieme portie, krijgt het
een geldvordering.
Dat betekent nog niet dat het kind daarmee direct zijn geld kan opeisen. Als de
wettelijke verdeling van toepassing is, kan het onterfde kind pas het geld
opeisen van de langstlevende echtgenoot na diens overlijden.
Ook bij een testamentaire erfstelling kan de erflater bepalen dat de
geldvordering niet kan worden opgeëist zolang de langstlevende echtgenoot nog
leeft. Deze niet-opeisbaarheidsclausule kan ook worden gemaakt als de erflater
met iemand samenwoont, op voorwaarde dat er een notariële
samenlevingsovereenkomst is gesloten.
Onterving echtgenoot:
verzorgingsrecht
Onterving van een echtgenoot is mogelijk. De
onterfde echtgenoot heeft geen recht op een legitieme portie. Wel heeft de
onterfde echtgenoot recht op een passende verzorging. De echtgenoot kan
bijvoorbeeld als dat nodig is, aanspraak maken op het vruchtgebruik van het huis
en van de inboedel. Hij kan dan in de woning blijven wonen ook al is hij
onterfd.
Afhankelijk van zijn verdere financiële omstandigheden kan hij ook het
vruchtgebruik claimen van andere zaken, bijvoorbeeld van een
effectenportefeuille. En zelfs mag hij dit vermogen opmaken als dat nodig is
voor zijn verzorging, maar daarvoor moet wel eerst de toestemming van de
kantonrechter worden gevraagd.
Deze regeling is van dwingend recht.
Bij testament kan er niet van worden afgeweken. Wel is de uitoefening van deze
rechten aan korte termijnen gebonden (6 resp. 9 maanden). Raadpleeg daarom in
zo'n geval zo snel mogelijk een notaris.
Langstlevendentestamenten:
Ouderlijke boedelverdelingtestament
Voor 1 januari 2003 zijn veel ouderlijke
boedelverdelingtestamenten gemaakt.
Een ouderlijke boedelverdeling houdt in dat vader (stel hij is de eerststervende)
alle bezittingen toedeelt aan moeder die eventuele schulden voor haar rekening
neemt. Omdat moeder dan te veel krijgt (en de kinderen te weinig), is moeder de
waarde van het erfdeel van de kinderen aan hen schuldig.
In het testament wordt bepaald dat moeder de vorderingen altijd mag aflossen,
maar daartoe niet is verplicht. Met andere woorden: de vordering is niet
opeisbaar, behalve in een aantal in het testament genoemde gevallen.
Bijvoorbeeld als moeder overlijdt, failliet gaat of hertrouwt. De kinderen
zullen moeten wachten op uitkering van hun erfdeel tot één van de door de
erflater bepaalde momenten zich voordoet óf tot het moment dat moeder zelf
vindt dat zij kan uitkeren.
Na 1 januari 2003 kan geen ouderlijke boedelverdeling meer worden gemaakt.
Testamenten met een ouderlijke boedelverdeling die voor 1 januari 2003 zijn
gemaakt blijven geldig, ook als de erflater na die datum is overleden. Het is
dan zinloos voor kinderen een beroep op hun legitieme portie te doen. De
langstlevende echtgenoot zal die namelijk pas uit hoeven te keren bij zijn
overlijden.
Langstlevendentestamenten:
Vruchtgebruiktestament
Een ander soort regeling bij testament is het
instellen van een vruchtgebruik voor de langstlevende echtgenoot. De essentie
van het recht van vruchtgebruik is dat de vruchtgebruiker het recht heeft op het
gebruik van bepaalde goederen, maar dat de eigendom van die goederen toebehoort
aan iemand anders. Dit laatste wordt ook aangeduid met de term
'hoofdgerechtigdheid' en 'hoofdgerechtigde'. Vruchtgebruiktestamenten zijn veel
gemaakt in het verleden en kunnen ook in de toekomst nog worden gemaakt.
De vruchtgebruiker van een huis mag er gratis in wonen, de vruchtgebruiker van
het saldo van een bankrekening geniet de rente. De vruchtgebruiker is verplicht
het goed waarvan hij de vruchten geniet ten behoeve van de hoofdgerechtigde in
stand te laten. Zo moet de vruchtgebruiker van een huis dat huis goed
onderhouden, en moet de vruchtgebruiker van een saldo op een bankrekening
afblijven van de hoofdsom, tenzij de erflater uitdrukkelijk anders heeft
bepaald. Het vruchtgebruik eindigt bij het overlijden van de vruchtgebruiker(s)
of op een eerder tijdstip dat de erflater in zijn testament heeft vastgelegd
(bijvoorbeeld hertrouwen).
Er is een groot verschil tussen een ouderlijke boedelverdelingtestament en de
wettelijke verdeling van het nieuwe erfrecht enerzijds en een
vruchtgebruiktestament anderzijds. Bij de ouderlijke boedelverdeling en de
wettelijke verdeling heeft de langstlevende het recht alle goederen op te maken;
bij het vruchtgebruiktestament heeft de langstlevende, tenzij uitdrukkelijk
anders is overeengekomen, in het algemeen alleen recht op gebruik van de
goederen. Hierdoor bereikt de erflater dat bij het eindigen van het
vruchtgebruik de goederen in volle eigendom toebehoren aan de hoofdgerechtigde.
Stel: een man is voor de tweede keer getrouwd. Uit zijn eerste huwelijk heeft
hij kinderen en uit zijn tweede huwelijk niet. Deze man kan overwegen een
vruchtgebruiktestament te maken. Hiermee bereikt hij dat zijn vrouw (uit zijn
tweede huwelijk) het genot en gebruik van alle goederen heeft, maar dat bij haar
overlijden zijn kinderen volledig eigenaar zijn. Hij hoeft geen angst te hebben
dat zijn kinderen met lege handen staan als zijn vrouw er ook niet meer is, want
zij heeft niet de bevoegdheid de goederen 'op te eten'.
Uitsluitingsclausule
Velen willen wel dat hun kinderen iets van
hen erven. Zij willen echter niet dat na een echtscheiding de ex-echtgenoten van
hun kinderen recht hebben op de helft van de erfenis. Dit kan gebeuren als de
erfgenaam in algehele gemeenschap van goederen was getrouwd of onder bepaalde
huwelijkse voorwaarden. De oplossing hiervoor is het opnemen van een
uitsluitingsclausule in het testament.
Bijvoorbeeld:
'Hetgeen uit mijn nalatenschap wordt verkregen en de opbrengsten daarvan zullen
niet vallen in enige huwelijksgoederengemeenschap waarin de verkrijger
gerechtigd mocht zijn of worden noch worden betrokken in een verrekening op
grond van huwelijkse voorwaarden'.
Het gevolg is dat de erfenis alléén eigendom is van het kind en dat bij een
echtscheiding de andere echtgenoot geen recht heeft op de helft van de geërfde
goederen.
Legaat
Een
erfgenaam is iemand die de hele erfenis of een aandeel in de erfenis krijgt,
ofwel (een gedeelte van) alle goederen (bezittingen en schulden), die deel
uitmaken van de nalatenschap.
Daarnaast bestaat de mogelijkheid voor een erflater een bepaald goed of een
vastgestelde som geld aan iemand of aan een goed doel te vermaken. Dit noemt men
een legaat. De erfgenamen moeten het legaat aan de gerechtigde (legataris)
afgeven.
Voorbeelden:
'Ik legateer mijn woonhuis te Amsterdam aan mijn neef Piet', of: 'Ik legateer
aan mijn neef Jan een bedrag in contanten groot euro 5.000'. Een legaat van een
goed dat er ten tijde van het overlijden van de erflater niet meer blijkt te
zijn, vervalt in beginsel.
|
|
Codicil
Bepaalde legaten hoeft de erflater
niet per se in een notarieel testament vast te leggen.
Voor het vermaken van inboedelgoederen, sieraden en kleren
voldoet een codicil.
Een codicil is een eigenhandig geschreven (er mag geen getypte
letter in staan), gedateerde en ondertekende verklaring. De in
een codicil vermaakte goederen moeten nauwkeurig (stuk voor
stuk) worden beschreven. Ook kan iemand in een codicil
instructies geven voor zijn begrafenis of crematie.
Vanaf 1 januari 2003 is het
benoemen van een executeur in een codicil niet meer mogelijk.
Dit zal dan bij testament moeten gebeuren. Een codicil met een
executeursbenoeming van voor die datum blijft geldig.
Het gemakkelijke van een codicil is dat de maker het snel kan
wijzigen. Verscheur het oude en schrijf een nieuwe.
Het nadeel is dat een codicil, in tegenstelling tot een
notarieel testament, kan zoekraken of kan worden verdonkermaand.
Het advies is dan ook om het goed op te bergen of af te geven
aan een vertrouwd iemand.
|
|
Bewind
Het kan voorkomen dat een erflater van mening is dat
zijn erfgenamen (nog) niet de volledige verantwoording kunnen dragen van het
door hen geërfde vermogen.
Dit kan te maken hebben met de leeftijd of met het gedrag van de erfgenamen. In
zulke gevallen kan de erflater een bewind instellen. Er komt dan een
bewindvoerder die het geërfde beheert, bijvoorbeeld totdat de erfgenamen een
bepaalde leeftijd hebben bereikt of gedurende een periode van vijf jaren na het
overlijden.
Het feit dat in Nederland de leeftijd voor meerderjarigheid is teruggebracht van
21 naar 18 jaar is voor velen aanleiding bij testament een bewind in te stellen.
Zonder bewindregeling krijgen de kinderen op achttienjarige leeftijd de erfenis
onder eigen beheer; voor menigeen is dat veel te vroeg om er verantwoord mee om
te gaan. Een bank of accountant kan bewindvoerder zijn, maar ook een familielid.
De bevoegdheden en de plichten van en bewindvoerder worden in het testament
vastgelegd.
Als een kind het erfdeel van zijn ouder onder bewind krijgt en het bewind niet
accepteert, kan hij verwerpen en aanspraak maken op zijn legitieme portie. Hij
krijgt dan een geldvordering die de helft waard is van het erfdeel dat hij onder
bewind zou hebben geërfd. Financieel gaat hij er dus op achteruit.
Daarnaast zijn er twee gevallen, waarbij de legitimaris wel het bewind zal
moeten accepteren: als de erflater het bewind heeft ingesteld omdat het kind
‘onmachtig is in eigen beheer te voorzien' (denk aan een kind dat aan drugs is
verslaafd) of 'als de erfenis hoofdzakelijk aan schuldeisers van het kind ten
goede zou komen'. In die gevallen betekent niet-accepteren namelijk dat het kind
helemaal niets zal krijgen.
Voogdij
Voor mensen met minderjarige kinderen is het
belangrijk zich af te vragen wat er met de kinderen gebeurt als zij er allebei
niet meer zijn. Bij gehuwden oefenen de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag
uit. Overlijdt één van hen, dan krijgt de ander automatisch het ouderlijk
gezag.
Als de ander vervolgens overlijdt (of de ouders overlijden tegelijk), dan
benoemt de rechter een voogd over de kinderen, tenzij de ouders in een testament
zelf al een voogd hebben benoemd. Door zo'n voogdbenoeming is de rol van de
rechter uitgespeeld; de ouders hebben dwingend bepaald bij wie hun kinderen
terechtkomen.
Bij testament kunnen ook twee gezamenlijke voogden worden aangewezen.
Centraal Testamentenregister
Hoe weet men of er een testament is gemaakt? Hiervoor is het Centraal
Testamentenregister in het leven geroepen.
Het Centraal Testamentenregister in Den Haag houdt bij door welke persoon op
welke datum en voor welke notaris een testament is gemaakt. De notaris geeft dit
op. De inhoud van het testament is daar niet bekend.
Pas na het overlijden van iemand staat het iedereen vrij (meestal gebeurt dat
via een notaris) te informeren of er een testament is. Bij de desbetreffende
notaris kan men dan om informatie vragen. Het spreekt vanzelf dat de notaris
alleen aan direct belanghebbenden de inhoud van het testament prijsgeeft.
Codicillen worden niet bij het Centraal Testamentenregister geregistreerd.
Meer informatie op de officiële website van het CTR: www.centraaltestamentenregister.nl
| |
Voorbeeld
De oude de heer Van Dalen was
altijd een beetje zonderlinge man. Hij woonde alleen aan het eind van
een doodlopend straatje en had eigenlijk met niemand contact. Zijn vrouw
was al jaren geleden overleden en hij runde zelf zijn huishouden. Op een
dag stond de ziekenauto voor de deur; de heer Van Dalen moest naar het
ziekenhuis. Niet lang daarna overleed hij. Hij had nog een aantal neven.
Die regelen zijn begrafenis en willen ook het huis leeg ruimen en de
huur opzeggen. Maar kunnen zij dat wel? Misschien heeft meneer van Dalen
een testament gemaakt waarin hij iemand anders tot erfgenaam heeft
benoemd. Hoe kunnen ze daar achter komen?
Antwoord
Bij het CTR
(Centraal Testamentenregister) kan - onder toezending van
het uittreksel uit het overlijdensregister - worden opgevraagd of de
heer Van Dalen een testament gemaakt heeft. Dat blijkt zo te zijn. Jaren
geleden heeft hij een testament gemaakt. De notaris die dat testament
heeft opgemaakt deelt mee dat daarbij de wettelijke erfgenamen zijn
onterfd. De hele nalatenschap is aan een goed doel vermaakt. De neven
hebben dus geen aan spraak op de nalatenschap en de notaris neemt
contact op met de testamentaire erfgenaam voor de verdere afwikkeling
van de nalatenschap.
Vraag
De neven willen weten of de heer Van Dalen nog iets voor de begrafenis
heeft geregeld. hoe komen ze daar achter?
Antwoord
Ze kunnen eerst in de papieren kijken of er een afschrift van
zijn (laatste) testament tussen zit of dat de overledene een codicil
heeft gemaakt met een bepaling over de begrafenis.
Vervolgens kunnen ze contact opnemen met een notaris. Die heeft de
bevoegdheid (tot een paar dagen na het overlijden) bij het CTR
telefonisch naar het bestaan van een testament te
informeren. Juist met het oog op regelingen ten aanzien van begrafenis
of crematie heeft de notaris deze mogelijkheid. |
|
Bedrijfsopvolging
Vanaf 1 januari 2003 zijn er meer
mogelijkheden voor bedrijfsopvolging. Enerzijds krijgt een
bedrijfsopvolger bepaalde rechten. Anderzijds kan de erflater bij
testament meer regelen. Deze mogelijkheden gelden zowel bij een door de
erflater gedreven onderneming als bij een kapitaalvennootschap waarvan
de erflater de aandelen bezit.
Zo kan een (stief)kind of de echtgenoot van erflater de overdracht van
de bedrijfsgoederen of van de aandelen verlangen tegen betaling van een
redelijke prijs. Voorwaarde is wel dat de echtgenoot van erflater of het
(stief)kind dan wel diens echtgenoot het bedrijf voortzet. Het verzoek
hiervoor moet binnen één jaar na het overlijden bij de kantonrechter
worden ingediend.
Een verstandig ondernemer/erflater regelt zelf zijn bedrijfsopvolging in
een testament.
Hij kan bijvoorbeeld de bedrijfsgoederen/aandelen legateren aan de
beoogde opvolger. Volgens het nieuwe erfrecht heeft een legitimaris
slechts recht op een geldbedrag en kan dus geen aanspraak meer maken op
de bedrijfsgoederen.
Daarnaast kan de ondernemer/erflater met het oog op de voortzetting van
de onderneming in zijn testament bepalen dat legitimarissen genoegen
moeten nemen met uitbetaling van hun legitieme portie in termijnen.
Bij personenvennootschappen zoals een vennootschap onder firma wordt
vaak gebruik gemaakt van een verblijvings- of overnemingsbeding.
Bedrijfsgoederen worden dan eigendom van de overgebleven vennoot. Als
dit niet tegen betaling van de reële waarde op het moment van
overlijden gebeurt, beïnvloedt dit de positie van de legitimarissen.
Daarnaast zal vaak voor de geldigheid van zo'n beding vereist zijn dat
het in een notariële akte is vastgelegd.
|
Nalatenschap over de grenzen
Deze informatie gaat over het erfrecht in internationaal verband. De
belangrijkste regels van het hiermee samenhangende Haags Erfrechtverdrag 1989
worden in dit onderdeel uiteengezet. Van bijzonder belang is de regeling van de
rechtskeuze.
Deze informatie is met name bestemd voor buitenlanders die in Nederland wonen en
voor Nederlanders die in het buitenland wonen maar wel bezittingen in Nederland
hebben. Ook voor degene die in Nederland woont en bezittingen in het buitenland
heeft is het raadzaam om zich met betrekking tot de vererving van zijn
nalatenschap te laten adviseren door de (kandidaat-)notaris.
Erfrecht in Nederland en in het
buitenland
Nederlands erfrecht
Het erfrecht komt aan de orde bij uw overlijden.
Degene die is overleden wordt de erflater genoemd. Alle bezittingen en schulden
die de erflater heeft (de nalatenschap), gaan over op zijn of haar erfgenamen. U
kunt zelf in een testament afwijken van het wettelijk erfrecht.
Wanneer u geen testament heeft gemaakt, wijst de wet uw erfgenamen aan. De wet
verdeelt in het laatste geval de mogelijke erfgenamen in vier groepen.
Erfgenamen volgens de wet zijn altijd bloedverwanten. Ook de echtgenoot en de
geregistreerd partner zijn erfgenamen volgens de wet, hoewel zij geen
bloedverwanten zijn.
Pas als in één groep geen erfgenaam aanwezig is, komen personen uit de
daaropvolgende groep als erfgenaam in aanmerking. Niet-bloedverwanten, zoals
zwagers, schoonzusters, schoonouders, schoonzoons of schoondochters kunnen nooit
erfgenaam volgens de wet zijn.
Echtgenoten en geregistreerde partners zijn wel erfgenaam volgens de wet. Zij
behoren tot de eerste groep.
Nota bene: partners die samenwonen, ook al hebben zij een notariële
samenlevingsovereenkomst, zijn geen geregistreerd partners zoals hiervoor
bedoeld en zijn dus niet elkaars erfgenamen volgens de wet. Zij moeten een
testament maken om elkaar tot erfgenaam te benoemen.
Op 1 januari 2003 is het erfrecht in Nederland ingrijpend veranderd.
Zo is onder meer de positie van de achterblijvende echtgenoot (of geregistreerd
partner) aanzienlijk verbeterd, doordat deze automatisch de enige gerechtigde
wordt tot de nalatenschap. De kinderen krijgen een vordering in geld ter grootte
van hun erfdeel, die pas opeisbaar is bij het overlijden van de echtgenoot/
geregistreerd partner.
Dit wordt de wettelijke verdeling genoemd. Iedereen die zestien jaar en ouder
is, kan van de wettelijke regels van erfrecht afwijken door een testament te
maken. Op die manier is het mogelijk de partner met wie u samenwoont, uw
schoonkinderen, vrienden, een stichting met een goed doel, of wie u maar wilt
tot erfgenaam te benoemen.
U kunt verder bijvoorbeeld uw echtgenoot of geregistreerde partner door middel
van een testament een groter gedeelte van uw nalatenschap nalaten dan het
gedeelte dat hij/zij op grond van het wettelijk erfrecht zou krijgen.
De wet geeft bepaalde erfgenamen het recht op tenminste een vast bedrag uit de
nalatenschap. Dit noemt men de legitieme portie. Uw kinderen hebben recht op
zo’n legitieme portie, en als zij zouden zijn overleden, uw kleinkinderen. Zij
worden legitimarissen genoemd.
Uw echtgenoot, uw geregistreerde partner of de partner met wie u niet
geregistreerd samenwoont heeft geen recht op zo’n legitieme portie. Als u
legitimarissen heeft en u zou uw legitimarissen bij testament onterven, kunnen
zij na uw overlijden aanspraak maken op een bedrag in geld. Dit bedrag hoeft
niet in alle gevallen direct te worden uitgekeerd. Als zij in uw testament
berusten, erven uw legitimarissen niets. Afgezien van een enkele uitzondering
worden testamenten in Nederland gemaakt ten overstaan van een notaris.
Het wijzigen van een testament is op ieder moment mogelijk door het maken van
een nieuw testament. Elke wijziging of herroeping van een bestaand testament
moet ook door de notaris worden geregeld. Het verscheuren van een afschrift van
een bestaand testament heeft geen betekenis. Het testament blijft gewoon geldig.
Een erfgenaam is iemand die de hele erfenis of een aandeel in de erfenis krijgt
en daardoor gerechtigd is in alle bezittingen maar ook aansprakelijk is voor de
schulden die deel uitmaken van de nalatenschap. Daarnaast bestaat de
mogelijkheid voor een erflater een bepaald goed of een vastgestelde som geld aan
iemand na te laten. Dit noemt men een legaat. De erfgenamen moeten het legaat
aan de gerechtigde afgeven.
Buitenlands erfrecht
Ieder land heeft zijn eigen regels van erfrecht. Vaak verschillen deze van de
Nederlandse regels.
In andere landen heeft de langstlevende echtgeno(o)t(e) soms een legitieme
portie.
Er zijn ook landen waarvan het erfrecht geen legitieme portie kent, zelfs niet
voor de kinderen. Volgens het recht van zo'n land is iedereen vrij te bepalen
wie zijn erfgenaam is. Kinderen kunnen dus worden onterfd volgens dat recht.
In alle landen bestaan er wettelijke bepalingen voor het geval er geen testament
is gemaakt. Die wettelijke bepalingen wijken meestal af van de Nederlandse
wettelijke bepalingen over het erfrecht. In (vrijwel) alle landen is het
mogelijk om van die wettelijke bepalingen af te wijken door het maken van een
testament.
Nalatenschap
met internationale aspecten
U kunt met buitenlands (dat wil zeggen niet het Nederlandse) erfrecht te maken
krijgen
 | wanneer u in Nederland woont en uw bezittingen, of een deel daarvan
(bijvoorbeeld een bankrekening of een vakantiehuis) in het buitenland zijn
gelegen;
 | wanneer u een buitenlandse (dat wil zeggen een niet-Nederlandse)
nationaliteit heeft en in Nederland woont;
 | wanneer u de Nederlandse nationaliteit heeft en bezittingen in Nederland
heeft, maar niet in Nederland woont. |
| |
Het is niet vanzelfsprekend dat wanneer u in Nederland woont het Nederlandse
erfrecht op uw nalatenschap wordt toegepast. Het is ook niet vanzelfsprekend dat
op uw bezittingen die in het buitenland zijn het aldaar geldende erfrecht op die
bezittingen van toepassing is.
Ook wanneer u als Nederlander (of niet-Nederlander) in het buitenland woont,
maar wel bezittingen in Nederland heeft, is het niet vanzelfsprekend dat het
Nederlandse erfrecht op de bezittingen in Nederland van toepassing is.
Of uw nalatenschap vererft volgens Nederlands erfrecht of volgens het erfrecht
van een ander land, wordt bepaald door de regels van het internationaal
privaatrecht.
|
|
Internationaal
privaatrecht
Ieder land heeft zijn eigen regels van internationaal
privaatrecht.
In Nederland passen de autoriteiten (rechters, notarissen e.d.)
de regels van het Nederlandse internationaal privaatrecht toe,
ongeacht uw eigen nationaliteit. Maar bijvoorbeeld in België en
Frankrijk worden regels van het Belgisch respectievelijk Frans
internationaal privaatrecht toegepast (eveneens ongeacht uw
nationaliteit).
Wanneer u in zowel Nederland als Frankrijk bezittingen heeft,
zullen de Nederlandse autoriteiten op uw bezittingen de regels
van Nederlands internationaal privaatrecht toepassen en de
Franse autoriteiten op uw bezittingen de regels van Frans
internationaal privaatrecht.
Die regels verschillen van elkaar. Toepassing van verschillende
regels van internationaal privaatrecht kan tot verschillende,
soms tegenstrijdige, resultaten leiden. Om dat te voorkomen
sluiten landen verdragen met elkaar waarin regels van
internationaal privaatrecht worden vastgelegd.
De landen die partij zijn bij zo'n verdrag passen dan dezelfde
regels van internationaal privaatrecht toe.
Voor het internationaal privaatrecht met betrekking tot het
erfrecht bestaat er zo'n verdrag: het Haags Erfrechtverdrag
1989.
De regels van dit verdrag zijn in Nederland met ingang van 1
oktober 1996 in werking getreden. Daarnaast is op die datum nog
een wet in werking getreden: de Wet Conflictenrecht
Erfopvolging. Deze wet geeft een nadere uitwerking voor
Nederland van de regels van het verdrag van 1989.
De verdragsregels zijn tot nog toe alleen in Nederland van
kracht, omdat Nederland het enige land is dat die regels in zijn
wetgeving heeft opgenomen. Deze zijn verder in geen ander land
van kracht.
Let wel: deze regels zijn ook niet van kracht voor de
Nederlandse Antillen en Aruba.
|
|
Voor
wie gelden de verdragsregels?
Bij de toepassing van de regels van het Haags Erfrechtverdrag 1989 is de
overlijdensdatum van de erflater van doorslaggevende betekenis. Als de
overlijdensdatum op of na 1 oktober 1996 valt, gelden altijd de regels van het
verdrag van 1989. Voor deze gevallen is deze informatie van belang. Indien de
overlijdensdatum vóór 1 oktober 1996 viel, gelden de regels van het verdrag
niet.
Uw (kandidaat-)notaris kan u informeren welke regels dan wel van toepassing
zijn.
De regels van het Haags Erfrechtverdrag 1989 geven aan welk recht (het
Nederlandse recht of het recht van een ander land) van toepassing is op de
vererving van een nalatenschap die op of na 1 oktober 1996 is opengevallen of
zal openvallen, zowel in het geval dat u een testament heeft gemaakt als in het
geval dat u dat niet heeft gedaan.
Het verdrag is op een aantal zaken niet van toepassing. Het verdrag geeft niet
aan welke formaliteiten in acht moeten worden genomen voor het opstellen van een
testament (daarvoor bestaat een ander verdrag). Het verdrag geeft ook niet aan
of u bekwaam bent om een testament te maken.
Het verdrag regelt evenmin vragen die rijzen over de gevolgen van een huwelijk
voor uw vermogen en het vermogen van uw echtgenoot. Het verdrag is ook niet van
toepassing op zogenaamde trusts, op pensioenregelingen,
verzekeringsovereenkomsten, of op verblijvingsbedingen waarbij de eigendom van
de ene mede-eigenaar op de andere kan overgaan.
Daarnaast geeft de Wet Conflictenrecht Erfopvolging aan dat uw nalatenschap
volgens Nederlands recht moet worden vereffend wanneer uw laatste verblijfplaats
in Nederland lag. Onder vereffening wordt iets anders verstaan dan vererving. De
vererving geeft aan wie uw erfgenamen zijn.
Met vereffening wordt onder meer bedoeld hoe uw erfgenamen uw nalatenschap
kunnen aanvaarden of verwerpen, hoe zij in uw testament kunnen berusten en
wanneer zij voor schulden die u had, aansprakelijk zijn.
Hoofdregels van het verdrag
Algemeen
Vóór alles geldt dat het recht van toepassing is dat u zelf heeft gekozen.
Het verdrag geeft u de mogelijkheid van een rechtskeuze (zie hierna onder: Recht
in eigen hand). Als u geen rechtskeuze heeft gemaakt of als uw rechtskeuze
ongeldig blijkt te zijn, dan bepalen de regels van het verdrag welk recht van
toepassing is op uw nalatenschap. Het verdrag kent drie hoofdregels. Wanneer
welke regel wordt gebruikt, wordt hierna besproken. Maar eerst nog het volgende.
In de regels van het verdrag wordt de term 'gewone verblijfplaats' gebruikt. Uw
gewone verblijfplaats is niet helemaal hetzelfde als de plaats waar u woont. De
feitelijke omstandigheden bepalen waar u uw gewone verblijfplaats heeft.
Een belangrijk aspect hierbij is de bedoeling van uw verblijf. Een vakantie of
een verblijf voor korte duur in het buitenland, bijvoorbeeld voor werk of
studie, maakt niet dat u daar uw gewone verblijfplaats heeft.
Hoofdregels
Hoofdregel 1
De eerste hoofdregel is geschreven voor de
situatie waarin u de nationaliteit heeft van het land waar u uw gewone
verblijfplaats heeft.
Wanneer u op het moment van uw overlijden uw gewone verblijfplaats heeft in het
land van uw nationaliteit, dan is het recht van het land van uw gewone
verblijfplaats, dat dan óók uw nationale recht is, van toepassing. Het maakt
niet uit of u nog een andere nationaliteit heeft. Ook is niet van belang hoe
lang u in dit land woonde.
Hoofdregel 2
De tweede hoofdregel is geschreven voor de situatie waarin
uw gewone verblijfplaats niet overeenkomt met het land waar u de nationaliteit
van heeft.
Wanneer u op het moment van overlijden vijf jaar of langer uw verblijfplaats
heeft in een land waar u niet de nationaliteit van heeft, dan is het recht van
het land waar u uw laatste gewone verblijfplaats had van toepassing. De laatste
gewone verblijfplaats gaat in dit geval vóór de nationaliteit.
Hoofdregel 3
De derde hoofdregel geldt in het geval dat u niet de
nationaliteit heeft van het land waar u uw gewone verblijfplaats heeft.
Het verschil met hoofdregel 2 is de duur van uw gewone verblijfplaats. Wanneer u
op het moment van uw overlijden minder dan vijf jaar heeft gewoond in een land
waar u niet de nationaliteit van heeft, dan is het recht van het land waar u de
nationaliteit van heeft van toepassing. In dit geval gaat de nationaliteit dus vóór
de laatste gewone verblijfplaats.
Uitzonderingen
Wanneer er geen rechtskeuze is uitgebracht wijzen de hiervoor besproken
hoofdregels het recht aan dat van toepassing is op de vererving van de
nalatenschap.
Op hoofdregel 1 wordt geen uitzondering gemaakt.
Op de hoofdregels 2 en 3 wordt soms een uitzondering gemaakt. Die uitzondering
doet zich voor wanneer u een nauwere band heeft met een ander land dan het land
dat de hoofdregel aanwijst. Zo'n nauwere band kan bijvoorbeeld economisch,
maatschappelijk of emotioneel zijn. Die band moet wel heel sterk zijn. Bij elke
nalatenschap moeten de concrete omstandigheden beoordeeld worden, om na te gaan
of de hoofdregel danwel de uitzondering toegepast moet worden. Geen geval is
hetzelfde.
Uitzondering op hoofdregel 2
Hoofdregel 2 wijst het recht van het land van de gewone verblijfplaats aan,
wanneer u vijf jaar of langer in dat land uw gewone verblijfplaats had en u niet
de nationaliteit van dat land had. Als uitzondering op deze hoofdregel geldt
toch het nationale recht, wanneer u nauwere banden had met het land waar u de
nationaliteit van had. Deze uitzondering wordt alleen in bijzondere
omstandigheden toegepast.
Uitzondering op hoofdregel 3
Hoofdregel 3 wijst het nationale recht aan wanneer u op het moment van
overlijden minder dan vijf jaar uw gewone verblijfplaats in een bepaald land
had, terwijl u niet de nationaliteit van dat land had. Wanneer u echter nauwere
banden had met een ander land, dan wordt als uitzondering het recht van dat
andere land toegepast. Dat andere land kan het land van uw gewone verblijfplaats
zijn, maar ook nog een ander land.
Rechtskeuze
Maakt u een rechtskeuze in een testament, dan bent u er zeker van welk erfrecht
op uw nalatenschap van toepassing zal zijn. U sluit daarmee uit dat het
onduidelijk is door welk recht uw nalatenschap wordt beheerst. Een rechtskeuze
is vooral van belang voor een nalatenschap met een internationaal karakter. Het
gekozen recht is in beginsel van toepassing op uw gehele nalatenschap.
Een waarschuwing is op zijn plaats.
Een in Nederland gemaakte rechtskeuze heeft niet altijd effect in andere landen.
Het is van groot belang dat u zich laat adviseren, wanneer u in een ander land
dan Nederland bezittingen heeft. De (kandidaat-)notaris kan voor u nagaan of het
verstandig is een rechtskeuze uit te brengen en zo ja, voor welk recht.
Waaruit
kiezen?
Het verdrag staat het niet toe voor elk willekeurig recht te kiezen. U mag
alleen een keuze uitbrengen voor het recht van een land waarmee u een band
heeft. Een rechtskeuze heeft alleen gevolg, wanneer u deze heeft uitgebracht
voor:
het recht van het land waarvan u de nationaliteit heeft op het moment dat
u de rechtskeuze doet;
 | het recht van het land waarvan u de nationaliteit heeft op het
moment van overlijden;
 | het recht van het land waar u uw gewone verblijfplaats heeft op het
moment dat u de rechtskeuze doet;
 | het recht van het land waar u uw gewone verblijfplaats heeft op het
moment van overlijden.
Het is voldoende wanneer aan één van deze vier vereisten is voldaan.
|
| |
Hoe brengt u de rechtskeuze
uit?
De rechtskeuze kan onderdeel uitmaken van een testament. De rechtskeuze en het
testament worden dan in één akte opgenomen. Een rechtskeuze kunt u ook in een
afzonderlijke akte laten vastleggen. Daarvoor gelden dan wel de
vormvoorschriften van het testament.
Nederland kent speciale regels van internationaal privaatrecht voor de vorm van
testamenten. Deze regels staan in het Haags Testamentsvormenverdrag van 1961.
Dit verdrag is een ander verdrag dan het Haags Erfrechtverdrag 1989.
Het Testamentsvormenverdrag geeft regels voor de vorm van testamenten. Er zijn
veel verschillende mogelijkheden. Een testament is bijvoorbeeld wat de vorm
betreft geldig, als het voldoet aan de vormvoorschriften van het land waar u
woont op het moment dat u het testament maakte. De (kandidaat-)notaris kan u
daarover nader informeren.
Een rechtskeuze moet duidelijk zijn, dat wil zeggen er mogen geen misverstanden
over bestaan wat u bedoelt. Gebruik dan ook niet de volgende zin: 'ik kies voor
het recht van mijn woonplaats'. Het kan immers zijn dat u later naar een ander
land verhuist. Dan is het niet duidelijk wat u heeft bedoeld. Beter is om
duidelijk te verwijzen naar een bepaald recht, zoals : 'ik kies voor alle
goederen uit mijn nalatenschap voor de toepasselijkheid van het Nederlandse
recht'.
Iemand met de Britse nationaliteit woont al 8 jaar in Nederland en bezit
vermogen in Nederland. Hij wil een testament maken en daarin een rechtskeuze
voor Nederlands recht uitbrengen. Kan hij daarvoor naar een Nederlandse notaris
gaan?
Hij kan bij de Nederlandse notaris een testament maken en daarin een rechtskeuze
uitbrengen voor het Nederlandse recht, omdat hij op het moment van het maken van
de rechtskeuze in Nederland zijn woonplaats had.
(Let op: Mocht hij vermogen in Engeland bezitten, dan passen de Engelse
autoriteiten andere regels dan het verdrag toe en kunnen zij wat betreft de
rechtskeuze tot een andere conclusie komen).
Wijziging rechtskeuze
Net zoals u een testament kunt wijzigen, kunt u ook een rechtskeuze wijzigen.
Vaak is een rechtskeuze opgenomen in een testament. Wilt u de inhoud van het
testament en ook de rechtskeuze wijzigen, dan kunt u het testament herroepen en
een nieuw testament maken met daarin een nieuwe rechtskeuze.
Indien u een testament, waarin een rechtskeuze stond, herroept zult u in uw
nieuwe testament opnieuw uw rechtskeuze moeten uitbrengen. U kunt niet voor
ieder recht een keuze uitbrengen. U moet wel een band met het betreffende land
bezitten (zie: Waaruit kiezen?).
Ook voor de wijziging van de rechtskeuze gelden de vormvoorschriften van het
testament (zie: Hoe brengt u de
rechtskeuze uit?).
Uw (kandidaat-)notaris kan u hierover nader adviseren.
|
Wettelijke
erfopvolging en rechtskeuze
U kunt een rechtskeuze uitbrengen zonder dat u daarbij iemand tot
erfgenaam benoemt. U kunt dan volstaan met een keuze voor het recht van
een bepaald land. Uw erfgenamen zijn in dat geval de erfgenamen volgens
de wet van dat land.
U mag niet voor elk recht kiezen (zie: Waaruit
kiezen?). Wat betreft de vorm van de rechtskeuze gelden de
vormvoorschriften gesteld aan het testament (zie: Hoe
brengt u de rechtskeuze uit?).
U bent Duitser en woont al langer dan 5 jaar in Nederland. U wilt niet
dat uw nalatenschap zal vererven volgens Nederlands recht. U wilt dat uw
nalatenschap naar Duits recht vererft en dat de Duitse wet bepaalt wie
uw erfgenamen zijn. Kunt u ten overstaan van een Nederlandse notaris een
rechtskeuze maken, zonder dat u bepaalt wie uw erfgenamen zijn?
U kunt bij de notaris een rechtskeuze voor het Duitse recht maken, omdat
u op het moment van het uitbrengen van de rechtskeuze de Duitse
nationaliteit bezit. Erfgenamen zullen zijn de wettelijke erfgenamen
volgens Duits recht. (Let op: Heeft u ook vermogen in Duitsland, dan
passen de Duitse autoriteiten andere regels dan de verdragsregels toe en
kunnen zij tot een andere conclusie komen).
|
U had al een testament met een
rechtskeuze
U heeft reeds vóór de invoering (per 1 oktober 1996) van de regels van het
Haags Erfrechtverdrag 1989 een testament gemaakt en daarin een rechtskeuze
opgenomen. Is deze rechtskeuze geldig?
Wanneer zo'n oude rechtskeuze (voor 1 oktober 1996 uitgebracht) voldoet aan de
regels van het verdrag, dan is zo'n oude rechtskeuze nu in beginsel geldig. De
(kandidaat-)notaris kan voor u nagaan of een rechtskeuze uitgebracht vóór 1
oktober 1996 inderdaad geldig is.
Rechtskeuze in het buitenland
uitgebracht
Het kan zijn dat u in het buitenland een rechtskeuze uitbrengt of heeft
uitgebracht al dan niet in combinatie met een testament. Is deze rechtskeuze in
Nederland geldig?
De rechtskeuze moet voldoen aan de regels van het verdrag.
U mag niet voor elk recht kiezen (zie: Waaruit
kiezen?) en de rechtskeuze moet voldoen aan de vormvoorschriften die aan een
testament worden gesteld (zie: Hoe
brengt u de rechtskeuze uit?). Het maakt dus niet uit waar u de rechtskeuze
uitbrengt.
|
Slotopmerkingen
Rechtskeuze en successierechten
De vraag of erfgenamen over hun erfenis belasting
(successierechten) moeten betalen, is onderworpen aan andere regels dan
die van het Haags Erfrechtverdrag 1989.
Kiest u in een testament voor een bepaald recht, dan wil dat niet zeggen
welk land successierechten mag heffen. Het is verstandig over
successierechten tijdig informatie in te winnen.
De (kandidaat-)notaris kan u daarin adviseren.
Erfrecht en huwelijksvermogensrecht
Indien u gehuwd bent,
dan kan het huwelijksvermogensrecht een grote rol spelen in de verdeling
van de nalatenschap.
De KNB heeft verschillende brochures uitgegeven met betrekking tot het
huwelijksvermogensrecht. Het kan belangrijk zijn om de rechtskeuze in
een testament af te stemmen op het huwelijksvermogensrecht.
De (kandidaat-)notaris kan u daarover adviseren.
Toekomstmuziek
De Europese Unie is
bezig een verordening te ontwerpen met regels van internationaal
privaatrecht op het gebied van het erfrecht. Waar deze regels toe zullen
leiden is nog onbekend. Ook is nog onbekend wanneer deze verordening in
werking zal treden. Men verwacht dat dit over een paar jaar het geval
zal zijn.
|
Notaris
Bij het opstellen van een testament is een notaris
nodig, maar ook bij het afwikkelen van een nalatenschap is hij een belangrijk
adviseur. In sommige gevallen is de notaris zelfs onmisbaar.
Bijvoorbeeld als (één van) de erfgenamen minderjarig (is) zijn, als er
erfgenamen zijn die niet het vrije beheer over hun vermogen hebben (dit zijn
mensen die bijvoorbeeld onder curatele staan of van wie hun goederen onder
bewind staan) of wanneer registergoederen moeten worden verdeeld.

De notaris is een onpartijdige adviseur. Dat komt vooral van pas als er ruzie
is.
Hij zal dan proberen te bemiddelen. Ook in geval van een complexe nalatenschap
zal de rol van de notaris belangrijk zijn. De meeste boedels komen gelukkig
zonder al te veel complicaties tot een einde.
Iedereen heeft na het overlijden van een erflater toegang tot het Centraal
Testamentenregister.
De meest logische weg om te achterhalen of de overledene een testament heeft
gemaakt, is echter een willekeurige notaris (in de woonplaats) hierover te
raadplegen.
Het komt nog voor dat de notaris in het bijzijn van de erfgenamen het testament
voorleest, maar dit is tegenwoordig meer uitzondering dan regel. Het is in elk
geval niet wettelijk voorgeschreven.
Executeur
Een oude tante heeft één neef en
één nicht die in het buitenland wonen. Beide ouders van neef en nicht zijn
overleden. Ieder krijgt de helft van tantes erfenis.
'Notaris, wie moet nu alles regelen als ik er niet meer ben?'. De notaris
adviseert haar een executeur te benoemen. Deze functionaris heeft tot taak de
nalatenschap af te wikkelen. Daarbij behoort ook het regelen van de begrafenis
of de crematie. De executeur kan één van de erfgenamen zijn, maar het kan ook
een buitenstaander zijn.
Vanaf 1 januari 2003 kan hij alleen in een testament worden benoemd, niet meer
bij codicil. Benoemingen in een codicil van voor die datum blijven wel geldig.
Het nieuwe erfrecht geeft een uitgebreide regeling ten aanzien van de
bevoegdheden en plichten van de executeur.
Hij krijgt het beheer over de nalatenschap en zal alle bezittingen onder zich
mogen nemen. Hij moet de schulden betalen, vorderingen innen, de huur opzeggen
en legaten afgeven of uitbetalen. Hij kan ook een speciale opdracht krijgen,
bijvoorbeeld om persoonlijke papieren te vernietigen of een goed tehuis voor de
huisdieren te zoeken.
De executeur moet er altijd voor zorgen dat een boedelbeschrijving wordt
opgemaakt. Dat is een beschrijving van wat wordt nagelaten. Hij moet rekening en
verantwoording afleggen aan de erfgenamen. De executeur is bevoegd de aangifte
te doen voor het recht van successie (de belasting die kan worden geheven na het
openvallen van een nalatenschap). Wanneer de executeur de aangifte zelf
ondertekent, is hij aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
De wet regelt het loon voor de executeur: 1 procent van het vermogen op de dag
van het overlijden. Maar de erflater kan bij de benoeming in het testament het
honorarium ook zelf vaststellen, bijvoorbeeld op een vast bedrag. Het is
mogelijk in het testament de executeur nog meer bevoegdheden te geven. Hij kan
dan als executeur-afwikkelingsbewindvoerder de nalatenschap zelfstandig
afhandelen en verdelen.
De notaris kan meer informatie hierover geven. Als geen executeur is benoemd
kunnen de erfgenamen ook iemand een volmacht geven, bijvoorbeeld één van de
erfgenamen of een notaris, om de nalatenschap voor hen te regelen.
Verklaring
van erfrecht
De procedure voor het afwikkelen van een
nalatenschap is grofweg in te delen in drie onderdelen.
Het laatste is de definitieve verdeling van alle goederen.
Daarvóór ligt het indienen van de successieaangifte en in het eerste
onderdeel komt het afgeven van een verklaring van erfrecht aan de orde.
Een verklaring van erfrecht is een door een notaris opgemaakte verklaring
waarin staat vermeld wie de erfgenamen zijn. De notaris maakt deze
verklaring aan de hand van door hem te verzamelen gegevens.
Daartoe behoort in elk geval het bericht van het Centraal
Testamentenregister of er wel of geen testament is. Daarnaast
raadpleegt de notaris bijna altijd het bevolkingsregister. Om deze redenen
kan het enkele weken tot soms enkele maanden (als er veel erfgenamen zijn
of als ze moeilijk te vinden zijn) duren voordat de notaris een verklaring
van erfrecht kan afgeven.
Accepteren
of weigeren?
In de praktijk
blijkt dat nalatenschappen een negatief saldo kunnen vertonen.
Het kan ook voorkomen dat op het moment van het overlijden van de erflater
nog niet bekend is of de boedel positief of negatief is, bijvoorbeeld
omdat er nog een procedure bij de rechtbank over een schadeclaim loopt.
Ook kan tegen de erfgenamen van iemand die tijdens zijn leven een
risicovol beroep of bedrijf had nog na zijn dood een proces worden
aangespannen.
De erfgenamen zijn in beginsel
aansprakelijk voor de schulden van de overledene. De erfgenamen kunnen
daarvoor zelfs in hun privé-bezit worden aangesproken.
Daarom heeft iedere erfgenaam het recht
de nalatenschap te weigeren.
Dit recht heeft ook een legataris met betrekking tot het legaat. De
erfgenaam moet in een zo vroeg mogelijk stadium kenbaar maken of hij van
het weigeringsrecht gebruik wil maken.
De wet zegt namelijk dat als iemand eenmaal heeft geaccepteerd, deze
persoon daarna niet meer kan verwerpen. Met accepteren staat gelijk 'het
zich als erfgenaam gedragen'. Het weigeren van een nalatenschap gaat
gepaard met enkele formaliteiten bij de rechtbank.De notaris kan dit
regelen.
Voorrecht
van boedelbeschrijving
Als er twijfel of te weinig zekerheid bestaat
over de omvang van een nalatenschap, kunnen de erfgenamen ook de boedel
aanvaarden 'onder het voorrecht van boedelbeschrijving'. Zij aanvaarden,
maar als blijkt dat de boedel toch negatief is (de rechter wijst een
lopende claim toe of een onbekende schuldeiser meldt zich), dan zijn de
erfgenamen alleen aansprakelijk voor zover er baten in de boedel zitten.
Deze baten moeten dan ook uitsluitend aangewend worden om de schulden te
betalen.
Ook voor deze wijze van aanvaarding bestaan
enkele formaliteiten die de notaris kan verrichten.
Er is een aantal situaties waarin men altijd onder het voorrecht van
boedelbeschrijving moet aanvaarden, bijvoorbeeld als er minderjarige
erfgenamen zijn of als er erfgenamen zijn die niet het vrije beheer over
hun vermogen hebben, zoals iemand die onder curatele is gesteld.
Aanvaarden onder het voorrecht van boedelbeschrijving noemt men ook wel
beneficiaire aanvaarding.
De afwikkeling van een beneficiaire aanvaarding kent zijn eigen regels die
strikt moeten worden nageleefd, wil de erfgenaam niet het risico lopen
toch volledig aansprakelijk te zijn voor de schulden.
Schenkingen
Op 1 januari 2003 zijn ook de regels voor
schenkingen veranderd. Een schenking is een overeenkomst tussen twee
partijen waarbij de één de ander bevoordeelt.
Vóór 2003 moesten schenkingen vaak in een notariële akte worden
vastgelegd. Deze eis is vervallen. Alleen een schenking of een gift die
pas zal worden uitgevoerd nadat iemand is overleden, moet notarieel worden
vastgelegd. Gebeurt dit niet, dan vervalt de schenking of gift bij het
overlijden.
Schenkingen beïnvloeden de omvang en samenstelling van de nalatenschap.
De wet ziet in sommige gevallen een schenking als een voorschot op de
erfenis. Er bestaan wettelijke regels die verbanden leggen tussen
schenkingen en erfenissen.
Als kinderen schenkingen na 1 januari 2003 van hun vader of moeder hebben
gekregen, worden die schenkingen niet bij de afwikkeling van de
nalatenschap betrokken. De ouder kan echter in het testament bepalen dat
dit wel moet. De schenkingen moeten dan worden ingebracht in de
nalatenschap.
N.B.: oude schenkingen (schenkingen aan kinderen voor 1 januari 2003),
moeten altijd wel worden ingebracht, tenzij bij de schenking of in een
testament het tegendeel is bepaald. Nu de wet regels ter bescherming van
legitimarissen heeft gemaakt, is het logisch dat iemand niet de rechten
van legitimarissen kan beperken door vóór zijn overlijden alles weg te
geven aan anderen.
Bepaalde schenkingen tellen daarom mee voor het vaststellen van de omvang
van de legitieme portie. Verder kunnen de legitimarissen, als zij niet uit
de nalatenschap zelf hun legitieme portie kunnen krijgen, in bepaalde
gevallen de begiftigden aanspreken voor hun ontbrekende deel.
Erf-
en schenkbelasting
Als u een erfenis of schenking krijgt, moet u
daarover belasting betalen. Deze erf- en schenkbelasting wordt ook wel
successierecht genoemd. Vanaf 1 januari 2010 is er een nieuwe
Successiewet. Er is een speciaal magazine gemaakt over de nieuwe
Successiewet.
Tarief
Het tarief van de belasting wordt per schijf vastgesteld. Hoe
meer men erft of geschonken krijgt, des te meer erf- en schenkbelasting u
over de top moet betalen. De tarieven hieronder laten zien wat u moet
betalen als u een schenking of erfenis ontvangt die hoger is dan de
vrijstelling.
Voor derden (zoals vrienden, neven,
nichten)
40 procent voor schenkingen en erfenissen voor het deel boven de
€ 118.000
30 procent voor schenkingen en erfenissen tot € 118.000
Van grootouders naar kleinkinderen
36 procent voor schenkingen en erfenissen voor het deel boven de €
118.000
18 procent voor schenkingen en erfenissen tot € 118.000
Van ouders/partners naar kinderen
20 procent voor schenkingen en erfenissen voor het deel boven de €
118.000
10 procent voor schenkingen en erfenissen tot € 118.000
Van kind naar ouder
40 procent voor schenkingen en erfenissen voor het deel boven de €
118.000
30 procent voor schenkingen en erfenissen tot € 118.000
Tussen partners
20 procent voor schenkingen en erfenissen voor het deel boven de €
118.000
10 procent voor schenkingen en erfenissen tot € 118.000
Vrijstellingen bij schenken
€ 5000 kinderen
€ 24.000 kinderen van 18 tot 35 jaar (eenmalig)
€ 50.000 kinderen van 18 tot 35 jaar (eenmalig, en alleen als de
schenking wordt gebruikt voor huis of studie)
€ 2000 overige begunstigden
Vrijstellingen bij erven
€ 600.000 partners
€ 19.000 (klein)kinderen
€ 57.000 zieke/gehandicapte kinderen
€ 45.000 ouders
€ 2.000 overige begunstigden
Ongehuwd
samenwonenden en erfbelasting
Een ongehuwd samenwonende kan ook een beroep doen op de vrijstelling en
tarieven die gelden bij echtgenoten. Voorwaarden hiervoor zijn:
- ze moeten tijdens de zes maanden vóór het overlijden een gezamenlijke
huishouding hebben gevoerd.
- gedurende de samenwoning moeten ze beiden meerderjarig zijn geweest.
- ook moet vanaf 2012 uit een notariële akte van minstens zes maanden oud
blijken dat zij een wederzijdse zorgverplichting hebben.
- verder mogen zij geen bloedverwanten in de rechte lijn zijn.
- en zij mogen met een ander niet aan dezelfde voorwaarden voldoen.
Nalaten en schenken aan goede doelen
Wanneer wordt nagelaten of geschonken aan algemeen nut beogende
instellingen (zoals kerken of charitatieve instellingen) of aan sociaal
belang behartigende instellingen (zoals amateursportverenigingen) zijn
deze daarover geen erf- en schenkbelasting verschuldigd. Alle instellingen
die door de Belastingdienst zijn aangemerkt als algemeen nut beogende
instelling (ANBI) staan vermeld op de website
van de Belastingdienst. Per verkrijging beoordeelt de belastinginspecteur
of sprake is van een sociaal belang behartigende instelling (SBBI).
Aangifte
Om aangifte te doen, stuurt de Belastingdienst een
aangifteformulier aan de erfgenamen. Ontvangt u geen formulier, maar bent
u wel belsting verschuldigd, dan moet u deze zelf aanvragen. Op basis van
de ingevulde gegevens op het aangifteformulier wordt de verschuldigde
belasting vastgesteld. De gevraagde gegevens moeten zo zorgvuldig
mogelijk worden ingevuld. Het is dan ook verstandig om een notaris
in te schakelen.
De schulden die op het moment van overlijden reeds bestonden, zijn
aftrekbaar. Ook de begrafenis- of crematiekosten zijn aftrekbaar. De
kosten om de boedel af te wikkelen zijn niet aftrekbaar voor de
erfbelasting. Denk hierbij aan de notariskosten, taxatiekosten of de
beloning voor de executeur.
Registergoed
Een
huis/registergoed (vroeger genaamd: onroerend goed) kan één van de
bestanddelen van een nalatenschap zijn. Soms is het gewenst dat er een
taxatierapport komt. Niet alleen voor de erfgenamen onderling is dat van
belang, maar ook voor de aangifte voor het successierecht.
De mogelijkheid bestaat dat men de belastingdienst verzoekt een
'minnelijke waardering' te laten maken. Een door de erfgenamen aangewezen
taxateur en een taxateur van de belastingdienst brengen dan gezamenlijk
een taxatie uit, die bindend is voor de erfgenamen en de fiscus.
De erfgenamen kunnen roerende goederen in onderling overleg verdelen. Bij
registergoederen kan dat niet. Hiervoor is altijd een notariële akte
nodig. Als de erfgenamen besluiten dat een van hen het registergoed op
zijn naam krijgt (bijvoorbeeld moeder die in het huis blijft wonen), moet
daarvoor een notariële akte worden opgemaakt die ingeschreven wordt in de
openbare registers (kadaster).
Bank en giro
Op het moment dat een bank op de hoogte raakt
van het overlijden van een rekeninghouder zal de bank de rekening
blokkeren.
Niet zo gek, want het is voor de bank pas zeker wie de erfgenamen zijn als
er een verklaring van erfrecht is. Als de bank immers gelden zou
uitbetalen aan iemand die achteraf helemaal geen erfgenaam blijkt te zijn,
dan moet de bank aan de werkelijke rechthebbende naderhand alsnog
uitbetalen.
In de algemene voorwaarden van een bank staat te lezen dat familieleden
verplicht zijn melding te maken van het overlijden. Ook al is de rekening
geblokkeerd, in de praktijk blijkt dat de bank, in afwachting van de
verklaring van erfrecht, vrijwel altijd bereid is de nota van de
begrafenisondernemer te voldoen.
Ook bij een zogenaamde 'en/of-rekening' kan de bank besluiten de rekening
te blokkeren totdat er zekerheid is wie de erfgenamen zijn. Vaak maakt de
bank een uitzondering als het een en/of-rekening van twee echtgenoten
betreft, maar een verplichting is dat niet. Te meer omdat een en/of-rekening
helemaal niet automatisch betekent dat het saldo beiden toekomt.
Een veel voorkomend misverstand in dit verband betreft de bankmachtiging.
Degene die gemachtigd is om geld op te nemen en overboekingen te doen, kan
dit niet meer doen na het overlijden van de volmachtgever. Een dergelijke
machtiging (of volmacht) eindigt door het overlijden van de volmachtgever.
De notaris zal moeten worden ingeschakeld voor een verklaring van
erfrecht.
|
Kosten
van begrafenis of crematie
De kosten van begrafenis of crematie
bedragen al gauw enkele duizenden euro's.
Veel mensen hebben hiervoor een verzekering afgesloten. Als dat
niet is gebeurd, dan moeten de erfgenamen die kosten zelf betalen.
Uiteraard gaan deze kosten van het saldo van de boedel af.
De kosten van begrafenis of crematie zijn aftrekbaar bij de
vaststelling van de erfbelasting, mits ze niet 'bovenmatig' zijn.
Of dat zo is wordt van geval tot geval bekeken.
Een uitkering van een begrafenisverzekering moet de
belastingplichtige in mindering brengen op het aftrekbare bedrag.
|
Overige kosten
Met welke kosten krijgen de erfgenamen nog meer te
maken?
Dit kunnen er velerlei zijn. Zoals genoemd zijn er de successierechten en de
boedelkosten.
Onder boedelkosten vallen naast de begrafenis- of crematiekosten ook de
notariskosten en de andere kosten van deskundigen (bijvoorbeeld een
belastingadviseur of accountant).
De hoogte van de nota van de notaris hangt sterk af van de hoeveelheid werk die
hij moet doen. Zijn de erfgenamen gemakkelijk te vinden, is er ruzie over de
boedel? Ook de financiële omvang van de boedel kan een rol spelen.
Een erfgenaam moet er rekening mee houden dat de bezittingen (en schulden) vanaf
de datum van overlijden voor zijn rekening en risico zijn. Een bekend voorbeeld
is het geval waarin iemand een aanzienlijke effectenportefeuille erft, waarvan
op de dag van het overlijden de waarde 100.000 euro bedroeg. Over deze waarde
moet de erfgenaam successierecht betalen, ook al is de waarde tegen de tijd
waarop het successierecht moet worden betaald (minimaal zo'n tien maanden na het
overlijden) met de helft gedaald.
|
Levensverzekeringen
Het uitgangspunt van de Successiewet
is dat een uitkering krachtens levensverzekering bij de
begunstigde is belast met successierecht.
Een uitzondering maakt de wet als er voor die verkrijging niets is
onttrokken aan het vermogen van de erflater. Hierbij is onder meer
van belang wie de premie verschuldigd is en of u al dan niet
getrouwd bent op huwelijkse voorwaarden, respectievelijk hoe het
samenlevingscontract luidt.
Als twee mensen een huis kopen en daarbij een hypotheek met een
levensverzekering nemen, is het fiscale advies de
overlijdensrisicopremies 'kruiselings' te regelen (de één is de
premies van de verzekering op het leven van de ander verschuldigd,
en omgekeerd).
Als een van hen overlijdt, dan hoeft de ander geen successierecht
te betalen, omdat die persoon alle premies zelf was verschuldigd.
Van groot belang hierbij is of de partijen in algehele gemeenschap
van goederen zijn getrouwd (dan heeft de constructie gewoonlijk
geen zin) en of de eventuele huwelijkse voorwaarden/partnerschapsvoorwaarden
of de samenlevingsovereenkomst geen bepaling bevatten die deze
regeling doorkruist. De laatste jaren is er veel veranderd op dit
gebied.
Het kan daarom verstandig zijn de bestaande huwelijkse voorwaarden
nog eens voor te leggen aan de notaris voor advies hierover.
Vooral bij partners die nog niet zo lang samenwonen is de
belastingbesparing enorm.
|
|
|
Belangrijke
gegevens voor nabestaanden of executeur
- Een arts dient een
verklaring van overlijden op te stellen, nodig voor de
aangifte bij de burgerlijke stand.
- Probeer na te gaan of er
een testament of codicil is. Met name het donorcodicil
is belangrijk in deze fase.
- Van het overlijden moet
aangifte worden gedaan bij de afdeling Bevolking van
het gemeentehuis in de plaats van overlijden. De
uittreksels uit het overlijdensregister zijn daar aan
te vragen. Meestal zal dit echter door de
uitvaartverzorger worden gedaan. Deze uittreksels zijn
nodig voor onder meer het verkrijgen van een
verklaring van erfrecht, het aanvragen van pensioen
inzake de ANW (weduw(e)pensioen), het verkrijgen van
verzekeringsgeld etc.
- Indien de rekeningen bij
bank of giro geblokkeerd zijn en er onvoldoende
contant geld beschikbaar is om allerlei kosten te
kunnen dekken, kan bij de notaris een verklaring van
erfrecht worden aangevraagd. Dit is een verklaring van
de notaris waarin staat wie de erfgenamen zijn en wie
gerechtigd is of zijn om over de erfenis te
beschikken. Men moet dan meenemen: bewijs van
overlijden, uw trouwboekje, eventuele akte van
huwelijksvoorwaarden, testament en de namen en
adressen van alle kinderen. Geef alle (vermoedelijke)
erfgenamen de gelegenheid om mee naar de
(kandidaat-)notaris te gaan.
- Tenaamstelling van
spaarbankboekjes, giro- en/of bankrekening c.q.
beleggingsrekening die op naam van de overledene of op
beider naam staan, dient te worden gewijzigd. Bij
opheffing van een bovenvermelde rekening moet een
uittreksel uit het overlijdensregister of een
verklaring van erfrecht worden overlegd.
- De werkgever betaalt nog
enkele maanden salaris uit. Denk in dit verband aan
eventuele geblokkeerde bank- en girorekeningen waarvan
dan geen geld kan worden opgenomen. De werkgever kan
in dat geval het geld op een andere rekening laten
storten.
- Richt een aanvraag ter
verkrijging van ANW aan het districtskantoor van de
Sociale Verzekeringsbank, waaronder uw woonplaats
ressorteert. Aanvraagformulieren zijn over het
algemeen verkrijgbaar via de uitvaartverzorger.
- Zend een bericht aan
bedrijfspensioenfondsen, Algemeen Burgerlijk
Pensioenfonds of verzekeringsmaatschappijen in verband
met de uitkering van het pensioen etc. De uitkering
geschiedt meestal drie maanden achteraf. Vergeet niet
het bank- of gironummer te vermelden, waarop de u
toekomende bedragen dienen te worden gestort.
- Indien de overledene bij
vorige werkgevers een pensioenverzekering had en deze
premievrij is gemaakt, ook deze uitkering(en)
aanvragen.
- Alle maatschappijen
waarbij verzekeringen zijn afgesloten, dienen van het
overlijden in kennis te worden gesteld. Hierbij
vermelden het polisnummer, alsmede namen en adressen
van de nabestaanden. Ga na of er nog lopende
verzekeringen zijn die premievrij zijn en/of die
premievrij worden bij overlijden. Raadpleeg zo nodig
een verzekeringsadviseur in deze. Voor polissen die
van kracht blijven - bijv. LIandverzekering op huis
en/of inboedel - moet naamswijziging plaatsvinden.
- Indien men een hypotheek
heeft op het huis, verdient het aanbeveling de
hypotheekakte te controleren of daarin een clausule is
opgenomen waarin bepaald is of de hypotheek boetevrij
kan worden afgelost met de uitkering van eventuele
levensverzekering.
- Bewaar alle rekeningen
van de kosten in verband met overlijden gemaakt; deze
kosten zijn voor een deel fiscaal aftrekbaar.
- Zeg eventueel
abonnementen op van tijdschriften, periodieken of
vakliteratuur. Trek zonodig machtigingen tot
automatische overschrijvingen bank en/of giro in.
- Licht ziektekostenverzekeringsmaatschappij
in, daar de polis(sen) gewijzigd dien(en)t te worden.
- Vraag advies aan een
belastingsconsulent betreffende aftrekposten
bijzondere lasten eenoudergezin.
- Indien persoonlijke
leningen zijn afgesloten of aankopen zijn gedaan op
afbetalingsvoorwaarden, ga dan na of het resterende
bedrag in verband met het overlijden van de partner is
kwijtgescholden.
- Indien u niet voor een
verplichte aanslag in aanmerking komt, vraag bij de
Belastingdienst, waaronder uw woonplaats valt, een
aangiftebiljet T aan, indien teruggave van loonheffing
wordt verwacht. Eventuele terugzending - niet
verplicht - van het ingevulde T-biljet moet in
beginsel gebeuren binnen twee jaar na afloop van het
kalenderjaar.
- Eventuele aanvraag
indienen voor gezinshulp bij instelling gezinszorg of
instelling voor maatschappelijk werk.
- Indien u nog niet over
een testament beschikt, laat dit dan nu maken en regel
de voogdij van uw minderjarige kinderen (de verzorging
van uw kinderen na uw overlijden).
- Beschikt u over een auto
en gebruikt u deze niet meer, deel dan het Centraal
Bureau Motorrijtuigenbelasting schriftelijk mede dat
uw partner is overleden (datum van overlijden
vermelden). Verzoek terugstorting van te veel betaalde
motorrijtuigenbelasting. Geef bij verkoop van de auto
deel I, II en III van het kentekenbewijs aan de koper
af, nadat een verklaring van vrijwaring - op het
postkantoor verkrijgbaar - is ontvangen. Wordt de auto
niet verkocht, doch naar de sloop gebracht, dient u
deel I, II en III van het kentekenbewijs binnen
twintig dagen op te zenden aan de Rijksdienst voor het
Wegverkeer, Postbus 30.000, 9640 RA Veendam. Denk u
eraan dat de belasting verschuldigd blijft zolang de
auto niet op een andere eigenaar is overgegaan.
- Ga na of het mogelijk is
verlaging van bepaalde tarieven aan te vragen, bijv.
reinigingsrechten, milieubelasting, indien na het
overlijden een eenpersoonshuishouding wordt gevoerd.
Deze regelingen verschillen van gemeente tot gemeente.
Daar door het overlijden een deel van het inkomen
vervalt, bestaat de mogelijkheid dat men op grond van
dit lagere (gezins)inkomen in aanmerking komt voor
subsidieregelingen, zoals huursubsidie,
studievergoedingen.
- In een later stadium
zijn van belang de inspecties der belastingen, maar
ook bijvoorbeeld bestanden met abonnementen en
automatische betalingen.
- Als alle aanslagen
binnen zijn, moet de boedel definitief worden
afgewikkeld. De erfgenamen geven elkaar en de
executeur kwijting.
Het is heel belangrijk zo
snel mogelijk te overleggen wie de boedel gaat afwikkelen
en hoe dat gebeurt. Er kunnen zaken zijn die direct
aandacht nodig hebben, bijvoorbeeld effecten of
registergoederen.
|
|
Begrippenlijst
| Aanvaarden |
Het accepteren van een erfdeel,
inclusief de schulden.
Hierdoor wordt iemand erfgenaam. |
| Beneficiair aanvaarden |
Dit is een bijzondere manier van
accepteren van een erfdeel.
Er moeten bepaalde formaliteiten worden vervuld. Als er niet
voldoende bezittingen zijn om de schulden te betalen, hoeft de
erfgenaam het tekort niet zelf bij te betalen. |
| Bewind |
Periode waarin het erfdeel wordt
beheerd door iemand anders (bewindvoerder).
Een erfgenaam kan dan niet zelfstandig beschikken over de geërfde
goederen (vaak gebonden aan leeftijdsgrens). |
| Codicil |
Een wilsbeschikking die niet door de
notaris wordt opgemaakt.
Het moet een zelf geschreven en ondertekend document zijn. Het
codicil is geschikt voor het vermaken van bepaalde kledingstukken,
sieraden of inboedelgoederen of om vast te leggen hoe men begraven
of gecremeerd wil worden. |
| Erfdeel |
Dat deel van de nalatenschap waarop
een erfgenaam recht heeft. |
| Erfrecht |
Het geheel van rechtsregels en
wetsbepalingen dat de overgang van de nalatenschap op de erfgenaam
regelt. |
| Executeur |
Degene die door de erflater is
aangewezen om de nalatenschap af te wikkelen. |
| Geldvordering |
Het recht om van een ander geld te
krijgen. |
| Goederen |
Alle bezittingen inclusief geld. |
| Langstlevende
echtgenoot |
De huwelijkspartner die
zijn echtgenote overleeft. |
| Legaat |
Een specifiek onderdeel van de
nalatenschap voor een specifieke erfgenaam bedoeld (bijvoorbeeld
geld, sieraad, auto, meubelen etc.). |
| Legitieme portie |
Dat deel van de nalatenschap waarop
(klein)kinderen minimaal recht hebben. |
| Nalatenschap |
Het totaal aan bezittingen en
schulden dat iemand na zijn overlijden achterlaat. |
| Testament |
Een notarieel vastgelegd document
dat wordt opgesteld om af te wijken van het versterferfrecht.
Iedereen van 16 jaar en ouder mag een testament laten opmaken. |
| Testamentair erfrecht |
De regels die gelden
als iemand een testament heeft gemaakt. |
| Verblijvingsbeding |
Een overeenkomst tussen twee
partijen waarin ze afspreken dat als de één overlijdt, de
gezamenlijke goederen eigendom worden van de ander. |
| Vereffenaar |
De persoon die door de rechter wordt
aangewezen om de nalatenschap af te wikkelen, als de erfgenamen
niet gevonden kunnen worden.
Soms kan ook een erfgenaam vereffenaar zijn. |
| Verklaring van erfrecht |
Verklaring waarin staat
wie de erfgenamen zijn, afgegeven door een notaris. |
| Versterferfrecht |
Erfrecht dat geldt als iemand geen
testament heeft gemaakt.
Hiervoor wordt ook de term wettelijk erfrecht gebruikt. |
| Verwerpen |
Het niet accepteren van een erfdeel,
er afstand van doen. |
| Vruchtgebruik |
Het recht om goederen van een ander
te gebruiken. |
| Wettelijke verdeling |
De langstlevende echtgenoot krijgt
de nalatenschap. De kinderen krijgen een geldvordering ter grootte
van hun erfdeel. Deze geldvordering is opeisbaar bij het
overlijden van de langstlevende echtgenoot. |
| Wilsbeschikking |
Een regeling die iemand maakt om te
bepalen wat er na zijn overlijden moet gebeuren (ook wel uiterste
wilsbeschikking genoemd). |
| Wilsrecht |
Het recht dat een kind heeft om
goederen uit een nalatenschap in eigendom te krijgen als sprake is
van stieffamilie. |
Top
|